Wanneer we de registratiecijfers over de eerste twee maanden van dit jaar bekijken, valt op dat er tegenover 6748 nieuwe volledig elektrische voertuigen – batterij en waterstof – slechts 888 diesels werden geregistreerd. Komt de (zakelijke) EV-spurt er dan toch aan?
Ondanks de opvallende cijfers over januari en februari zal de EV-transitie nog steeds niet leiden tot een wagenpark dat in 2030 voor 20-25 procent uit full EV’s zal bestaan,
want naast de aantallen volledig elektrische voertuigen en diesels werden er in de eerste twee maanden ook nog 23.900 personenauto’s met alleen een benzinemotor geregistreerd en 21.749 hybride auto’s.
Die laatste hebben een sterk zakelijk karakter, maar via het occasioncircuit zit daar ook al wat vaker een particuliere consument achter het milieuvriendelijker stuur.
Vooral de zakelijke markt heeft de afgelopen jaren de lage bijtelling mede als argument gebruikt om een hybride auto aan te schaffen. Datzelfde zie je nu bij de EV’s gebeuren.
Het aantal personenauto’s met een dieselmotor in ons wagenpark is in ieder geval al tot ruim onder de 1 miljoen gezakt. Dat aantal zal, als ook de export van oude en ex-leasediesels verder toeneemt, versneld afnemen.
Omdat ook EV’s (ex-lease) worden geexporteerd, zal de vergroening van het wagenpark overigens ook minder hard gaan.
Vertraging
Nu mag je na twee maanden geen conclusies trekken voor de rest van het jaar, maar al is de EV-transitie ingezet, het uiteindelijk door de overheid beoogde doel van een 100 procent elektrisch wagenpark in 2040 lijkt nog ver weg. Ook het doel dat in 2030 alleen nog maar volledig elektrische voertuigen op een nieuw kenteken mogen worden gezet, zal waarschijnlijk niet realistisch blijken. Los van de laadinfrastructuur zal met name de betaalbaarheid van het modellenaanbod een drempel zijn.
Bovendien begint de industrie steeds meer terug te komen op een toekomst van exclusief batterij- of waterstof-elektrische voertuigen. Mede om de support van overheden voor de auto-industrie niet te verliezen wordt de roep om nu toch wat serieuzer na te denken over e-fuels (synthetische brandstoffen) luider. In Groot-Brittannië kwam recent weer een rapport uit dat het economisch en milieutechnisch onverstandig noemt om de verbrandingsmotor in de ban te doen. Dat had men overigens beter wat eerder kunnen roepen, want niet iedereen (zeker bepaalde politici niet) wil dit nu nog horen.
Een vertraging in de EV-transitie werkt in het voordeel van de voorlopig nog steeds op de verbrandingsmotor gerichte aftermarket. Er dienen zich steeds meer factoren aan die een dergelijke vertraging ondersteunen. Dat gaat van de tekortschietende laadinfrastructuur en de hoge prijs van EV’s voor de gewone consument, tot de fiscaliteit die tekortschiet en zelfs het argument dat de nieuwe Chinese merken hier bovenmatig voordeel van zouden hebben. Ook de werkgelegenheid is een argument, zowel bij auto- en onderdelenfabrikanten en onderdelendistributeurs als in de werkplaatsen. De onzekerheid over de batterijcapaciteit en het feit dat bepaalde landen hun elektriciteitsnetwerk nog helemaal niet aangepast hebben voor een EV-transitie komen daar nog bij.
Overheid
Natuurlijk zullen diverse partijen de auto-industrie eraan herinneren zich te houden aan de (deels zachte) afspraken ten aanzien van het Fit for 55-programma van de Europese Commissie, die onlangs nog bevestigde dat zij zal vasthouden aan haar doelstelling om in 2030 minimaal 30 miljoen nulemissievoertuigen in het Europese wagenpark te hebben.
Veel zal ook afhangen van hoe nationale overheden, gesteund door lokale besturen, met de EV-transitie omgaan. Als grote steden personen- en bestelauto’s met verbrandingsmotoren actief gaan weren, dan zal de EV uiteraard een afgedwongen voordeel krijgen in de strijd met de verbrandingsmotor. Zover is het in bepaalde stadscentra nu al. Voorlopig zullen werkplaatsen nog veel klanten met een auto met verbrandingsmotor binnenkrijgen. Voor de potentiële aftersalesomzetten is dat goed nieuws.
Ondertussen begint de aftermarket voorzichtig voor te sorteren op een groeiend aandeel EV’s in het wagenpark. Bosch, ZF, LKQ, AAGB en Kavo zijn enkele voorbeelden van partijen in de aftermarket die in hun leveringspakket een specifiek onderdelenaanbod op het onderhoud van EV’s hebben opgenomen. Behalve onderdelen zien we die beweging ook bij bandenfabrikanten en -leveranciers. Iedereen is ervan overtuigd dat EV’s ons wagenpark eens zullen domineren. Of dat via een aantal tussensprints gaat gebeuren, of in een lange marathon is afhankelijk van de politiek. De industrie volgt, of ze wil of niet.
0 reacties
Er kunnen in Nederland en wereldwijd niet meer elektrische auto’s verkocht worden dan er geproduceerd worden. Verschillende automerken hebben een tijdelijke bestelstop ingevoerd voor elektrische auto’s, omdat ze niet binnen 1 jaar kunnen leveren.
Elke elektrische auto die gebouwd wordt is verkocht en dat zal de komende jaren zo doorgaan ten koste van auto’s met verbrandingsmotoren. Indien de Europese autoproducenten niet leveren zullen fabrikanten van elektrische auto’s uit bijvoorbeeld China, Vietman en de USA dit graag overnemen.
Zal Tesla ooit 20 miljoen elektrische auto’s gaan bouwen (ook deels in Europa)? Ten koste van wie zal dat gebeuren?