Buiten kantooruren: Van 0-100 km/h in 0,8 seconden

Het Pro Modified Championship waar Marck Harteveld met zijn Voodoo Hemi Racing ’70 Plymouth Superbird in uitkomt is de snelste klasse voor auto’s met deuren. Dit is dragracen voor gevorderden. “Het kan nog veel sneller, alleen laten de FIA-restricties het niet toe.”

Als tiener ging Marck Harteveld altijd met zijn vader en diens vrienden mee naar de TT Assen. “Later ging mijn vader trouwens met mij en mijn vrienden mee”,vertelt Marck lachend. “Op Assen ben ik van de gemotoriseerde sport gaan houden. Het was begin 2002 en ik had een klant die aan dragracen deed. Hij vroeg of ik een keer mee wilde naar de Dragstrip Drachten. ‘Moet je doen, Harteveld, ga toch mee man’, zei hij. Daar is alles begonnen. Ik reed in die tijd in een ‘69’er Dodge Charger en daarbij had ik een Super Bee gekocht, dat was mijn eerste dragracer. Voor mij is racen de ultieme uitlaatklep.”

3000 pk

“Ik had die auto staan en dacht: joh, ik ga gewoon een keer meedoen. In 2003 was dat en het was zó ontzettend gaaf. We begonnen natuurlijk hobbymatig, maar inmiddels rijden we professioneel, onder FIA-regels en met prijzengeld en alles. Vroeger deed ik bovendien vooral mee voor de lol, nu gaan we alleen nog maar voor de winst. We reden vrijdagochtend weg en op zondagavond kwamen we terug, dat was één groot feest. We hadden caravans en een grote tent bij ons en steeds meer vrienden haakten aan. Nu heb ik er een professioneel team omheen staan van zes man.”

Het begon met de Super Bee met 600 pk, nu racen ze met ruim 3000 pk. “Dat is wel even een andere wereld. Vermogen is belangrijk in een dragracer, maar het zegt niet alles. Je moet goed kunnen wegkomen, optimale tractie hebben, niet schuin wegtrekken. Hoe je het gewicht in de auto verdeelt en een perfecte afstelling van de achteras zijn daarom heilig. Ik heb één keer meegemaakt, in 2018 was het, dat ik rechtsaf de vangrail in ging, met een brand als gevolg. Dat was even een minder jaartje. Gelukkig konden we de auto opbouwen en het jaar erna werden we Brits kampioen.”


‘Je rijdt zogezegd ‘in de parachutes’, dán pas laat ik mijn gas los.’


Europees kampioen

“Wij komen met ons team Voodoo Hemi Racing uit in het Pro Modified Championship en we doen er álles aan om zo snel mogelijk te gaan, om de auto zo licht mogelijk te krijgen. De body is van carbon, het geheel moet minimaal 1200 kilo wegen. Ja, met coureur erbij, race ready dus. We rijden op methanol en tijdens de quarter mile, de strip van 400 meter, verbruikt de auto zo’n 20 liter aan brandstof, inclusief de burn-out. Het blok dat volledig is opgetrokken uit aluminium is een Brad Anderson 526 cubic inch, één van ’s werelds grootste en bekendste bouwers van blowermotoren. Finetunen doen we zelf in eigen huis. Het doel is nu om Europees kampioen te worden, dat mag dit jaar zijn of het volgende jaar, maar gebeuren zal het! Wat voor mij de kick van deze sport is? Eigenlijk alles. We zijn nu alweer bezig met prepareren voor het aanstaande seizoen – we hebben vanwege covid twee jaar niets kunnen doen natuurlijk. De jongens komen dan hier, ’s avonds en in de weekends en dat is ook een groot deel van het plezier. Het draait absoluut om teamwork. Als ik een goeie run gemaakt heb of als ik win, dan zie je de jongens uit hun dak gaan. Kijk, de één stelt de koppeling af, als dat goed uitpakt, dan word je daar extreem blij van. De ander doet de motor, weer een ander de data en ga zo maar door. Ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen stukje van de auto. Momenteel zitten we op de 5,9 seconden als snelste tijd op de quarter mile, het volgende doel dit jaar is 5,8 seconden. Zonder FIA-restricties zouden we al op 5,4 seconden zitten.”

G-krachten

“Vanaf het moment dat ik in de auto zit is de concentratie daar. Als ik de startknop heb ingedrukt rijd ik richting de startplek, trap ik de koppeling in, zet ‘m in de derde – de laagste – versnelling en dan geven mijn teamgenoten het sein: ‘kom maar’. Vervolgens laat ik de koppeling ineens opkomen, samen met een flinke dot gas. Rond de 8000 à 9000 toeren maak ik vervolgens een burn-out. Des te langer de burn-out, des te beter het is voor het publiek. Het is en blijft een showsport, hè. Daarom ben ik er zelf ook ooit voor gevallen. Ik ben inmiddels zo’n twintig jaar dragracer, en ik word alleen maar beter.”

Vooral de starts zijn extreem essentieel. “Je moet heel ‘snel op het licht zijn’. Er gaan drie gele lampen tegelijk aan en dan is het gáán! Je voelt de G-krachten werken op je lijf en na 0,8 seconden tik ik de 100 km/h aan. Na twee seconden zit ik op 10.000 toeren, dan doorschakelen naar z’n twee, weer naar 10.000 toeren en door naar drie. Dan heb je de hendel van de parachutes al vast bij vijf seconden. Dan trek ik die shutes uit en voel ik een enorme ruk. Je rijdt zogezegd ‘in de parachutes’, dán pas laat ik mijn gas los. Doe je dat niet, dan trekken de shutes de auto alle kanten op. De auto rijdt over de 400 km als ik over de finish kom. Haat en nijd is er niet in deze sport, nee. We lenen zelfs spullen uit aan elkaar, het gaat er heel vriendschappelijk aan toe. Want laten we eerlijk zijn, het is toch veel leuker om samen op een dragstrip te staan, dan helemaal in de eentje?”

Binnen Kantooruren
Bij Harteveld Autoschade en Restauratie in Wateringen werken acht ervaren professionals op het gebied van schadeherstel, spuitwerk en oldtimers. Marck Harteveld startte in 1986 in het vak en in 1995 begonnen hij en zijn vrouw Marion voor zichzelf. Wekelijks leveren zij en hun team ruim veertig herstelde auto’s af bij hun eigenaren.”

Mike Raanhuis

Mike Tekst & Beeld schrijft, interviewt en fotografeert. Het portfolio is breed en diep, van portret tot reisreportage en bedrijfsprofiel. Voor Aftersales Magazine is hij het gezicht achter de rubriek 'Buiten Kantooruren'.

Van Mike Raanhuis zijn er nog 76 artikelen verschenen. Meest recente artikelen van Mike Raanhuis

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.