‘Half miljoen banen weg bij toeleveranciers door EV’

Als verbrandingsmotoren tegen 2035 worden uitgefaseerd betekent dat het verlies van 500.000 banen bij toeleveranciers. 70 procent ervan verdwijnt al in slechts een periode van 5 jaar (2030-2035). Dat blijkt een studie van PwC Strategy& in opdracht van Clepa, de koepelvereniging van toeleveranciers.

De studie beoordeelt het effect van drie verschillende Green Deal-beleidsscenario’s op de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde bij toeleveranciers van de automobielindustrie in heel Europa in de periode 2020-2040. De scenario’s zijn gebaseerd op een gemengde technologieaanpak, de huidige uitsluitend op elektrische voertuigen gerichte aanpak die in het “Fit for 55”-pakket wordt voorgesteld, en een radicaal versneld scenario voor elektrische voertuigen. In alle drie de scenario’s wordt uitgegaan van een versnelde elektrificatie om de klimaatdoelstellingen te halen, met een hoog marktaandeel voor elektrische voertuigen tegen 2030 van respectievelijk meer dan 50 procent, bijna 80 procent en bijna 100 procent.

De autoproductiesector is verantwoordelijk voor meer dan 5 procent van de totale werkgelegenheid in de be- en verwerkende industrie in 13 EU-lidstaten, en meer dan 60 procent van deze werknemers is in dienst van toeleveranciers van de automobielindustrie.

Productie batterijen

De studie voorspelt dat in het scenario van uitsluitend elektrische voertuigen 70 procent van de gevolgen voor de werkgelegenheid zich al in de periode 2030-2035 zal doen gevoelen en onderbouwt dat de kansen voor elektrische voertuigen afhangen van de totstandbrenging van een diepe toeleveringsketen voor batterijen in de EU, waarvan het tijdschema en de waarschijnlijkheid nog onzeker zijn. West-Europese landen lijken het best uitgangspunt te hebben om bolwerken te worden in de productie van EV-aandrijflijnen. De werkgelegenheid in Centraal-Oost-Europese landen zal daarentegen sterk afhankelijk zal blijven van de verbrandingsmotor.

Dat er behalve banenverlies ook nieuwe banen ontstaan ontkent de studie niet. Er worden 226 000 nieuwe banen verwacht in de productie van EV-aandrijflijnen (uitgaande van een EU-batterijketen). Daarmee betekent het nog altijd een nettoverlies van 275 000 banen (-43 procent banen), verwacht vanaf nu tot 2040.

Wie en waar

Het is belangrijk erop te wijzen dat deze activiteiten niet noodzakelijkerwijs bij dezelfde bedrijven of in dezelfde regio’s zullen plaatsvinden, aangezien zij aanzienlijk andere vaardigheden en deskundigheid vereisen dan de conventionele aandrijflijntechnologie en daarom waarschijnlijk geen kansen zullen bieden aan de meeste op aandrijflijnen gerichte toeleveranciers van de automobielindustrie, met name kleine en middelgrote ondernemingen, die ongeveer 20 procent van de mensen in dienst hebben die in de toeleveringsindustrie voor de automobielindustrie werkzaam zijn. Uit eerder onderzoek van Clepa is gebleken dat de productie van batterijen relatief meer banen oplevert voor academisch geschoolde werknemers en minder voor de mechanische werknemers die nu onderdelen produceren die verband houden met de interne verbrandingsmotor. Uit de studie blijkt dat tot 70 miljard euro (70 procent) van de waardecreatie in verband met elektrische aandrijvingen verband zal houden met de verwerking van batterijmaterialen, de productie van batterijcellen en celmodules, en de assemblage van batterijsystemen.

Verder kijken dan uitlaatemissies

Een gemengde technologiebenadering die het gebruik van hernieuwbare brandstoffen toelaat kan een CO2-reductie van 50 procent opleveren tegen 2030 met behoud van banen, concluderen Clepa en PwC Strategy&.

In het huidige Fit-for-55-voorstel voor CO2-emissienormen voor auto’s en bestelwagens wordt immers alleen gekeken naar de emissies die uit de uitlaat van het voertuig komen. Er wordt geen rekening gehouden met emissies die verband houden met de productie van voertuigen of de brandstoffen die zij gebruiken, met inbegrip van de wijze waarop elektriciteit wordt opgewekt. Om technologieën met de laagste totale koolstofvoetafdruk te stimuleren, moeten de emissies van voertuigen volgens Clepa idealiter worden gereguleerd op basis van de levenscyclus, met als eerste stap een Well-to-Wheel (WtW)-aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de productie en distributie van de brandstof/elektriciteit die wordt gebruikt om een voertuig aan te drijven. Emissiereducties aan de kant van de productie van brandstoffen/energie moeten worden erkend wanneer wordt bepaald of aan de CO2-normen wordt voldaan, bijvoorbeeld door de invoering van een vrijwillig crediteringsmechanisme, dat autofabrikanten een extra mogelijkheid biedt om de doelstellingen voor het hele wagenpark te halen met extra hoeveelheden hernieuwbare brandstoffen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *