Auto’s zijn de afgelopen vier jaren liefst achttien procent in prijs toegenomen. Of beter gezegd: consumenten hebben bij de aanschaf van een nieuwe auto gemiddeld 18 procent meer uitgegeven. Auto’s veranderen immers ook van modelomvang en specificaties.
Hoe dan ook, een autokoper gaf in 2010 nog 24.096 euro uit voor een nieuwe auto, terwijl dat vorig jaar al was geklommen naar gemiddeld 28.413 euro. De autodealers weten de verminderde verkoopaantallen dus aardig te compenseren met méér waarde per eenheid. Een belangrijke strohalm voor de sector. De prijstoename doet zich niet overal in de markt in gelijke mate voor. Naar modelsegment bezien zijn het vooral de kleine auto’s (A-segment) die tussen 2010 en 2014 een prijstoename van 18 procent genoteerd hebben. In het B- tot D-segment ging het er gematigder aan toe met een toename van ‘slechts’ tien procent. In het E-segment was zelfs maar zes procent prijsstijging aan de orde. Hoe groter de auto, hoe gedempter de prijsontwikkeling. Deze stelling gaat in z’n algemeenheid wel op, maar er zijn ook de nodige uitzonderingen. Zo vallen auto’s in de segmenten van de upper utilities (BMW X5 etc.) en commercials (personenbusjes etc.) uit de toon door bovengemiddelde prijstoenames. Anderzijds zijn de kleine SUV’s (lower utilities zoals de Nissan Qashqai) de afgelopen jaren zelfs in aanschafprijs gedaald.