Sinds eind januari 2024 is de nieuwe CAO Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf (CAO MvT) met terugwerkende kracht in gegaan per 1 januari 2024. Een belangrijk onderdeel is een forse loonsverhoging dankzij hoge inflatie, gemiddeld 10,5% over 15 maanden looptijd. Eerder aangekondigde stakingen zijn daardoor van tafel. De nieuwe CAO MvT geldt tot en met 31 januari 2025.
Bij elke nieuwe CAO vragen ondernemers mij of zij wel verplicht zijn de CAO toe te passen op de arbeidsovereenkomsten met hun werknemers. Vervolgvraag is of ondernemers ook verplicht zijn deel te nemen aan de pensioenregeling, uitgevoerd door het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Steeds meer ondernemers willen maatwerk toepassen op de door hen aangeboden arbeidsvoorwaarden.
De eerste landelijke CAO is dit jaar 110 geworden. Arbeiders wilden via de vakbeweging beter kunnen onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden. De werkgevers waren het zat dat werknemers over en weer werden weggekocht. Er was behoefte aan meer eenheid in de lonen en arbeidsvoorwaarden. Sinds 1937 kan de Minister van SZW een CAO algemeen verbindend verklaren voor een hele bedrijfstak.
Welke partijen sluiten de CAO MvT af? Namens de werkgevers is dat BOVAG, namens de werknemers vakbonden FNV, CNV Vakmensen en De Unie. Deze partijen zijn georganiseerd in de Bedrijfsraad. Niet alle autobedrijven zijn echter aangesloten bij BOVAG en de bij een vakbond aangesloten werknemers zijn in de minderheid. Veel autobedrijven en werknemers zijn gebonden aan de CAO MvT maar hebben geen directe invloed op de totstandkoming daarvan.
De nieuwe CAO MvT zal naar verwachting net als voorgaande CAO door de Minister van SZW algemeen verbindend worden verklaard voor de hele bedrijfstak. Het gevolg is dat de CAO MvT weer geldt voor alle werkgevers onder de werkingssfeer van de CAO MvT, ook als zij niet zijn aangesloten bij BOVAG. Of u als werkgever onder de werkingssfeer valt, staat aan het begin van artikel 1 van de CAO MvT. Spoiler: als u Aftersales Magazine leest, dan zal dat vrij snel het geval zijn.
U kunt een vergunning aanvragen bij de Bedrijfsraad om te mogen afwijken van de CAO MvT. De Bedrijfsraad kan dispensatie verlenen om af te wijken van één of meerdere bepalingen van de CAO als u zwaarwegende belangen hebt waardoor niet van u kan worden gevergd dat u integraal de CAO MvT toepast op arbeidsovereenkomsten. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er specifieke bedrijfsactiviteiten zijn die op essentiële punten afwijken van ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de CAO MvT.
Die CAO MvT verwijst naar toepassing van het pensioenreglement van PMT. Deelname is verplicht op grond van de ‘Verplichtstellingsbeschikking van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek’. PMT voert de pensioenregeling uit voor autobedrijven, maar ook voor andere sectoren. Daarom is in de verplichtstellingsbeschikking apart bepaald welke werkgevers verplicht zijn deel te nemen. Artikel 10 laat zien dat die omschrijving praktisch gelijk loopt met de werkingssfeer van de CAO MvT.
Het algemene ‘Vrijstellings- en boetebesluit Wet BPF 2000’ (VBB) maakt het mogelijk om vrijstelling van deelname te verzoeken aan een verplicht pensioenfonds. Het voert te ver om hier alle zes mogelijkheden daartoe te bespreken. Van die situaties is in de automotive niet snel sprake. Een mogelijkheid kan zijn dat een groep ondernemingen die al een eigen pensioenregeling heeft door een wijziging in de bedrijfsactiviteiten gaat vallen onder verplichte deelname.
U bent dus in beginsel verplicht de CAO MvT en de pensioenregeling toe te passen. Uiteraard mag u als werkgever afwijken mits dat in het voordeel is van de werknemer. Het betreft immers een minimum-CAO. Ten nadele afwijken van de werknemer mag niet zonder dispensatie als de CAO MvT verplicht toegepast moet worden. Datzelfde geldt voor de pensioenregeling. Hoewel het begrijpelijk is dat u in sommige gevallen wenst af te wijken, dienen de CAO MvT en pensioenregeling ook een hoger doel. Namelijk het aantrekkelijk houden van de bedrijfstak voor nieuwe werknemers. Daar hebben alle werkgevers in de bedrijfstak belang bij.