In een ver verleden kon je bij het merk terecht voor ruime middenklassers, coupés en cabrio’s. Desondanks associeert iedereen Fiat met het compacte segment: 500’s en Panda’s. De rentree in het C-segment ten spijt.

Of het nu Bravo, Stilo of Tipo heet: een Fiat-middenklasser is in ons land een buitenbeentje.
Getuige de wagenparkstatistieken telt ons land (stand eind mei) 84.796 van deze retro-Vijfhonderdjes en toch nog 2870 stuks van de klassieke versies (Nuova 500 en Topolino). Daarmee is het niet eens hét volumemodel van Fiat in ons land. Die eer is voorbehouden aan de drie generaties Panda met 94.704 stuks.
Panda’s
Van de eerste generatie staan er liefst 84 (!) exemplaren geregistreerd met een bouwjaar tussen het introductiejaar 1980 en 1990. Daarna zijn het enkele tientallen per jaar, tot aan 2003; het introductiejaar van de tweede generatie. Het jaar erop wordt het echte succes pas zichtbaar, want dan schiet het geregistreerde aantal naar 9375 stuks. De tien jaren die volgen fluctueert het aantal wat om pas in 2013 echt een dalende trend in te zetten. Laat dat nu net samenvallen met de introductie van de nieuwe generatie. Of het nu ligt aan toegenomen concurrentie, toch een minder aansprekend model, de prijsstelling of een combinatie ervan: het succes blijft uit en jaar op jaar daalt het aantal verder. Opvallend, want de 500 weet ondanks de leeftijd de aantallen mooi op peil te houden. De grotere modellen die moeten meeliften op dit succes, zoals de L en de X doen dat maar mondjesmaat.Punto
