Duurzaamheid, personeel en schaalvergroting, daar ging het over tijdens het Automotive Schadecongres 2025. Volgens dagvoorzitter Luberto van Buiten van ProMedia waren deze thema’s niet anders dan andere jaren. Wel lagen de accenten anders. Daar zorgden de uiteenlopende standpunten van de sprekers wel voor.
Voor het eerst werd het Automotive Schadecongres op dezelfde dag georganiseerd als het Nationaal Aftersalescongres. Het gaf bezoekers de mogelijkheid beide evenementen te bezoeken. Hier maakten heel wat gasten gebruik van. Uiteraard had organisator Automotive weer voor interessante sprekers gezorgd, die ervoor zorgden dat bezoekers aan het einde van de dag vol nieuwe gedachten huiswaarts keerden.
Als eerste spreker betrad Joost den Elzen het podium. De mensen in de zaal kennen hem als directeur en eigenaar van Den Elzen Autoschade, al is dit niet meer helemaal correct. Sinds kort heeft Den Elzen zijn bedrijf overgedaan aan Werksta, een Scandinavische partij die graag de Nederlandse markt wil betreden. Op het podium kreeg Den Elzen de gelegenheid zijn beweegredenen uit te leggen, wat een unieke kijk op schaalvergroting opleverde.
Beter te vroeg dan te laat
Eigenlijk was Den Elzen helemaal nog niet bezig met het verkopen of overdragen van zijn bedrijf, legt hij de zaal uit. “Ik wist dat er geen opvolging was, dus deze stap kwam toch in de toekomst. Het was wel verwacht, maar nog niet nu”, vertelt Den Elzen. Met zijn vrouw werkte hij deze zomer aan plannen voor de komende jaren, waarbij ook de optie van verkoop aan de orde kwam. Tegelijkertijd toonde Werksta interesse, waardoor alles samenviel.

Toch was het overdragen van het familiebedrijf een moeilijke stap voor Den Elzen. In 1948 begon zijn opa met het overspuiten van legervoertuigen in Den Haag. Het bedrijf groeide uit tot een specialist in autoschade. Toen Den Elzen het bedrijf in 2004 van zijn vader overnam, wist hij dat er behoefte was aan schaalvergroting. “Veel eigenaren willen wel werken in het bedrijf, maar niet áán het bedrijf”, vertelt hij de zaal. “Dat levert echter weinig marge op. Dan kun je drie dingen doen: anderen de schuld geven, interne processen aanpakken of andere bedrijven overnemen.”
Den Elzen besloot tot het laatste: in 2009 vond de eerste overname plaats. Dit jaar nam Den Elzen nog een bedrijf over, waarmee de teller op negen vestigingen kwam. Toch besloot Den Elzen het familiebedrijf te verkopen aan Werksta. “Uiteindelijk kun je beter te vroeg zijn dan te laat”, stelt hij. Bij dit soort beslissingen is het, net als bij overnames, belangrijk te kijken of ze passen in de strategische plannen die gemaakt zijn.
Deze manier van werken herkent hij ook bij Werksta, dat pas in 2015 is begonnen maar nu al 110 vestigingen heeft. De schadehersteller wil graag uitbreiden naar Nederland vanwege de volwassenheid van deze markt en de mogelijkheden tot schaalvergroting. Den Elzen verwacht dat er komende jaren meer buitenlandse partijen de Nederlandse markt zullen betreden.

Geen droeftoeter
Schaalvergroting is echter niet mogelijk zonder personeel, stelt Marc Oudshoorn, algemeen directeur van ASN Groep. Bij deze franchise-organisatie hebben zich ondertussen meer dan tachtig schadebedrijven aangesloten. Volgens Oudshoorn moeten organisaties in de schadebranche goed naar zichzelf kijken als het om het tekort aan vakmensen gaat. “Natuurlijk zijn opleidingen een probleem, maar er is meer. Uiteindelijk gaat het om mensen”, stelt hij.
Joost den Elzen verwacht dat de komende jaren meer buitenlandse partijen de Nederlandse markt zullen betreden.
Zo’n 60 procent van de medewerkers die ontslag nemen, doet dit om één van twee redenen. Of de relatie met de leidinggevende was niet goed of de medewerker vond zichzelf niet in de bedrijfscultuur passen. Oudshoorn toont de aanwezigen zijn medewerkersbingo, vol waarden die belangrijk zijn voor werknemers. De werkgeversbingo heeft echter exact dezelfde termen. Uiteindelijk willen beide partijen hetzelfde.
“Inspirerend leiderschap betekent dat je medewerkers meeneemt op avontuur”, vertelt Oudshoorn. “Duidelijke communicatie hoort hierbij. Vier niet alleen de successen maar ook de problemen. Op die manier kun je ze samen oplossen.” Volgens hem is het belangrijk tradities te creëren en medewerkers te laten voelen dat ze erbij horen. Daarbij moeten we niet op de sentimentele toer gaan. “We maken het ons erg moeilijk in een krappe markt”, vertelt Oudshoorn. “Wees geen droeftoeter. Als je sentimenteel gaat doen, trek je zulke mensen aan. Je krijgt het personeel dat je verdient.”
Gebruikte onderdelen
Het gesprek gaat verder over gebruikte onderdelen, in de vorm van een paneldiscussie. Krista Smit van Route Circulair is duidelijk voorstander van gebruikte onderdelen. Michel van Leuven, verantwoordelijk voor duurzaam schadeherstel bij Nationale Nederlanden, ziet dat het gebruik ervan wordt afgedwongen door regelgeving, maar dat ook steeds meer klanten het graag willen. Wel is er nog veel werk te doen, want op dit moment staan inefficiënte processen grootschalige adaptatie van gebruikte onderdelen nog in de weg.
Dit vindt ook Joost den Elzen, die eveneens is aangeschoven. “Gebruikte onderdelen zullen wel moeten, maar dan moet de keten wel gaan samenwerken”, stelt hij. Dit ziet Smit ook: “Iedereen zal in beweging moeten komen. Nu is de hele keten nog gericht op nieuw. Uiteindelijk moeten gebruikte onderdelen net zo makkelijk besteld kunnen worden.” Den Elzen ziet hier wel een uitdaging. “Het hele proces van schadeherstel is nu ontzettend efficiënt. Elke verandering is een verslechtering. Schadeherstel zal hierdoor dus duurder worden.”
Gemor
De termen ‘gebruikte onderdelen’ en ‘stijgende premies’ leidden al tot gemor in de zaal, maar dit valt in het niet bij het optreden van de volgende gast. Irene Sommeling is bij veel aanwezigen al bekend als voorvechter van een nieuwe manier van schadeherstel. De ombudsvrouw voor het schadeherstel heeft een duidelijke visie. “Alles moet goedkoper tegenwoordig. De eigenaar van het voertuig is de opdrachtgever en eigenaar van de schade. Meer dan hem en een schadehersteller heb je niet nodig. De rest kost alleen maar geld.”


De opmerkingen leiden tot rumoer in de zaal. Sommeling is echter pas net begonnen. “De verzekeraar heeft geen functie in het proces. Toch bepaalt deze erg veel. De verzekeraar speelt een te grote rol. Hij manipuleert de vakman door zich te bemoeien met de inkoop van onderdelen. Kortingen van 30 tot 45 procent zijn heel normaal tegenwoordig. Schadeherstellers moeten hier niet in meegaan. Zij en klanten worden echter bang gemaakt en zo gedwongen om mee te gaan.”
Blik op de toekomst
De zaal komt even tot rust tijdens de presentatie van Ernst-Jan Groenevelt, die vertelt over een spuitrobot uit China. Volgens hem is dit soort apparaten perfect in tijden van arbeidstekort. “Spuiten is voor veel jongeren helemaal niet aantrekkelijk”, stelt hij. “Ze moeten PPE’s dragen, werken in een oncomfortabele omgeving terwijl er allerlei gezondheidsrisico’s zijn.” De spuitrobot is volgens Groenevelt baanbrekend. Hij vervangt de spuiter niet, maar geeft hem een andere rol. Bij het aansturen van de robot komt alle kennis van het schadeproces nog altijd van pas. Volgens Groenevelt maakt de spuitrobot het werk weer aantrekkelijk voor jongeren, wat hard nodig is.
‘De verzekeraar speelt een te grote rol in het schadeherstelproces. Hij manipuleert de vakman door zich te bemoeien met de inkoop van onderdelen.’
Een ander soort blik op de toekomst biedt de laatste spreker, Roy de Lange. Hij werkt in Duitsland voor Fix Auto, het netwerk van schadeherstellers dat al in twintig landen actief is. Hierdoor heeft De Lange een interessante kijk op de internationale schademarkt. Hij vertelt over de markten in Duitsland en in de Verenigde Staten. Deze verschillen erg van elkaar. In Duitsland zijn nog erg weinig netwerken, terwijl de VS hierin juist vooroploopt. Hier is het aantal schadebedrijven in korte tijd met 60 procent gedaald. Vier grote partijen hebben hier de markt in handen. De groei van deze bedrijven wordt mogelijk gemaakt door investeringsmaatschappijen die voor het benodigde kapitaal zorgen.
Betrokkenheid van de verzekeraar
Duitsland daarentegen is heel anders. Tot tien jaar geleden was hier nauwelijks sprake van consolidatie. Er zijn minder verzekeraars, wat zich vertaalt in een grotere invloed ervan in het schadeproces. Zes van de tien klanten worden gestuurd door een verzekeraar. Dit dwingt consolidatie af, want kleine bedrijven overleven niet zonder de verzekeraar. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het merendeel van de klanten de betrokkenheid van de verzekeraar juist fijn vindt. Het levert ze korting en minder werk op.
De vergelijkingen met de Verenigde Staten en Duitsland leveren interessante inzichten op. De rol van grote investeerders is in Europa nog beperkt. Het zijn vooral grote schadeherstellers die uitbreiden en nieuwe markten betreden. Werksta is hier een goed voorbeeld van, zoals de gasten hebben gehoord van Joost den Elzen. Ook de presentatie van Irene Sommeling resoneert in het verhaal van De Lange. In Duitsland wordt de bemoeienis van de verzekeraar in het schadeproces juist als positief gezien. Op deze manier biedt het Automotive Schadecongres een keur aan verschillende inzichten. Menig aanwezige zal dan ook nagedacht hebben over de toekomst bij het rijden naar huis.