Enerzijds gedateerd oogt het Evoluon in Eindhoven tegelijk nog altijd futuristisch. Het was daarom een toepasselijke locatie voor het jaarlijkse symposium van het Acoat Selected-partnernetwerk van AkzoNobel. Het plenaire programma gaf te denken over waar we met de wereld op af stevenen en wat de schadeherstelbranche kan doen om duurzaamheid te bevorderen.

In haar presentatie gaf Francis Senft, manager business development Benelux, een overzicht van waar AkzoNobel zelf staat op het gebied van duurzaamheid. Lag de afgelopen jaren de nadruk op bewustwording, nu wil AkzoNobel concrete stappen zetten om de CO2-voetafdruk van de eigen activiteiten, maar vooral die van de aangesloten Acoat Selected-schadeherstelbedrijven te verkleinen.
De noodzaak tot het reduceren van onze CO2-voetafdruk is geen keuze meer, maar een door Europese regelgeving opgelegde verplichting, waarschuwde Senft. Grote bedrijven als AkzoNobel moeten al vanaf 1 januari 2024 kunnen aantonen dat zij daartoe concrete actie ondernemen; de schadeherstelbedrijven zelf moeten die concrete stappen uiterlijk tussen 2026 een 2028 zetten.

Doelstellingen

AkzoNobel streeft naar een 50 procent reductie van de CO2-uitstoot, naar gebruik van voor 100 procent herbruikbare materialen, minimaal 50 procent omzet uit duurzame oplossingen en het trainen van minimaal honderdduizend mensen in ontwikkelingslanden op de daarvoor benodigde nieuwe vaardigheden.

Tot en met 2022 heeft AkzoNobel in de eigen operaties al 28 procent op de CO2-uitstoot bespaard. In de hele waardeketen, waar ook de schadeherstelbedrijven onderdeel van zijn, is dat slechts 6 procent. 56 procent van de materialen die AkzoNobel verbruikt, is herbruikbaar; 40 procent van de omzet bestaat al uit producten met een duurzaam karakter en al 38.000 mensen in ontwikkelingslanden zijn geschoold. Met deze cijfers scoort AkzoNobel goed in diverse duurzaamheidswaarderingen.

De grootste CO2-voetafdruk in de waardeketen maakt AkzoNobel niet zelf, maar maken de schadeherstelbedrijven (64 procent van het totaal). De belangrijkste driver bij de CO2-uitstoot van de schadeherstelbedrijven is het energieverbruik (door de verwarming van het pand, maar ook door het aanbrengen en drogen van lakken). Daarnaast ontstaat aanzienlijke CO2-uitstoot door het verbruik van onderdelen en andere producten.

Om die CO2-voetafdruk bij de schadeherstelbedrijven naar beneden te kunnen brengen moet eerst bekend zijn waaruit die bestaat. Daartoe moet gemeten worden. Daar wordt nog in 2023 mee gestart, om in 2024 al met concrete verbeterplannen te kunnen komen. Vanaf 2026 moet daaruit volgen wat de CO2-voetafdruk per reparatie is. AkzoNobel verwacht dat opdrachtgevers vanaf 2030 daar ook daadwerkelijk op gaan sturen.

Sustainable Repair

Omdat energieverbruik zo’n groot aandeel heeft in de CO2-voetafdruk is hier ook de eerste winst te behalen. Om de schadeherstelbedrijven daarbij te ondersteunen introduceert AkzoNobel het Sustainable Repair Network, dat helpt bij het optimaliseren van de schadeherstelprocessen, het kunnen aantonen welke maatregelen zijn genomen om de CO2-uitstoot naar beneden te brengen en het kunnen vergelijken van de eigen prestaties met die van de andere in het netwerk.

Francis Senft geeft toelichting bij de duurzaamheidsinspanningen van AkzoNobel.

Heel concreet hebben deze doelstellingen ook geleid tot de introductie van nieuwe producten, diensten en tools. Dat betreft niet alleen de paint-materialen die AkzoNobel zelf levert (uv-fillers en luchtdrogende lakken), maar ook machines van andere toeleveranciers, zoals de Paint PerformAir – een apparaat dat de vochtigheidsgraad en temperatuur van de lakken tijdens het spuiten regelt, wat leidt tot een efficiënter spuitproces – de nieuwe ColorMatchic doseermachine, de slimme spuitcabine van USI Italia en de duurzame oplossingen voor spuitcabines van Eco Cab. Dergelijke producten werden gedemonstreerd op het duurzaamheidsplein, dat gelijktijdig met het symposium was ingericht.

Niet fijn

Het plenaire programma ging verder met twee presentaties die van het schadeherstelbedrijf uitzoomden naar de wereld daaromheen. Die zullen sommige aanwezige schadeherstellers ongetwijfeld hebben aangezet tot het daadwerkelijk ondernemen van actie, al waren er ook de nodige relativerende reacties op de presentatie van bijvoorbeeld toekomstdenker Ruud Veltenaar.

Acoat Academy
Acoat Selected is het partnerprogramma van AkzoNobel voor schadeherstelbedrijven dat verder gaat dan het leveren van autolakken. AkzoNobel ondersteunt de Acoat-bedrijven op tal van terreinen van hun bedrijfsvoering. Een initiatief dat Acoat in 2023 is gestart, is de Acoat Academy, een tweejarig managementtrainingsprogramma waarin deelnemers op allerlei vlakken (leidinggeven, verkooptraining, planning, gebruik van social media etc.) worden getraind. Twee groepen schadeherstellers hebben via dit programma al diverse trainingen gevolgd. Een nieuwe groep is al gevormd om in 2024 van start te gaan.

Hij waarschuwde dat hij een verhaal ging vertellen “dat u misschien niet fijn vindt om te horen. Wat u ermee doet, moet u zelf weten.” Vervolgens gaf Veltenaar voorbeelden van klimaatrampen, conflicten en verkiezingen waar de rillingen je van over de rug lopen. “Maar ik heb zoveel hoop”, zei Veltenaar direct daarop volgend. Hij ziet immers de perfecte storm waar we in zitten als een geschenk van de natuur, die laat zien wie de baas is in de natuur en dat is niet de mens. “Laten we alles zoals het is, dan wordt de toekomst verschrikkelijk”, aldus Veltenaar, die ervan overtuigd is dat we naar een ander tijdperk gaan, “van ik naar wij, van ego naar eco en van welvaart naar welzijn voor iedereen, voor alles wat leeft.”

Nadat iedereen voor de pauze aan de hand van een online vragenlijst zelf had kunnen uitrekenen hoeveel hij neemt van de natuur, gaf hij uit eigen praktijk enkele voorbeelden van hoe we de natuur ook iets terug kunnen geven en zodoende kunnen komen tot een net zero-, of zelfs net positief-emissie. “Als wij zelf het probleem zijn, zijn wij ook de oplossing.”

Next Nature

Te gast bij het Evoluon was er natuurlijk ook een presentatie van de directeur van het congrescentrum/techniekmuseum, Koert van Mensvoort. Hij is tevens oprichter van Next Nature, een internationaal netwerk waarin wordt nagedacht over “een toekomst waarin techniek en natuur versmelten” en die te denken geeft over de impact die technologie heeft op ons leven. “Wat als technologie onze next nature wordt?”, was de vraag die Van Mensvoort zijn gehoor stelde.

Net als Veltenaar ziet Van Mensvoort de wereld langzaam naar de knoppen gaan, maar ook hij heeft hoop, met name hoop op oplossingen die de technologie ons kan bieden. Buikvet bijvoorbeeld zijn we liever kwijt dan rijk, maar het is ook energie-opslag. Kunnen we daar niet gebruik van maken? Nanotechnologie biedt ook kansen, die Van Mensvoort heeft verzameld in een imaginaire Nanosupermarket, waar producten zijn te vinden die nu nog niet te koop zijn, maar die mogelijk in de toekomst oplossingen bieden, zoals een interactieve muurverf, die naar wens van kleur kan veranderen. Het zal de aanwezige schadeherstellers zeker geïnspireerd hebben.

Deel dit artikel op

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
Meest bekeken berichten
Recente Reacties