“Wie is hier dit jaar voor het eerst?”, vraagt dagvoorzitter Ben van der Burg bij de opening van het veertiende Nationaal Aftersalescongres op 11 december in ’s-Hertogenbosch. Slechts een enkeling van de ruim 450 aanwezigen steekt zijn hand op. Voor de meesten heeft het evenement een vaste plek in de agenda en dat is niet zonder reden.

Ook dit jaar volgde het Nationaal Aftersalescongres het vaste recept. Na een warm welkom kunnen de gasten luisteren naar interessante sprekers, die vertellen over recente ontwikkelingen in de aftermarket en de aftersales. Alles wordt op humoristische wijze aan elkaar gepraat door Ben van der Burg, die naar eigen zeggen nooit pech heeft met de auto, behalve steeds net voor het congres. Jos Veldhuisen, hoofdredacteur van Aftersales Magazine, sluit zoals altijd het evenement af met zijn kijk op de aftersales. Daarna is er voor iedereen een buffet en worden de congresboeken uitgereikt.
Veranderingen
Toch was niet alles hetzelfde als altijd. Door de samenwerking met uitgeverij ProMedia, inmiddels ook eigenaar van Aftersales Magazine, vond in de ochtend het Automotive Schadecongres plaats (zie voor een verslag pagina 40 en verder). Veel aanwezigen besloten beide evenementen te bezoeken. Ook de onderwerpen die tijdens het Aftersalescongres werden belicht, verschilden uiteraard met die van vorig jaar. Meer dan ooit waren de presentaties doordrongen van de grote veranderingen in de aftermarket. Er komt veel op de sector af, dus meer dan ooit was de aandacht gericht op de nabije toekomst.
Volgens Van de Weijer ziet de toekomst er positief uit voor aftersales.
“In de aftermarket is heel veel veranderd. Dat betekent dat hetzelfde gebeurt in de aftersales.” Casper Veenman van consultancybureau Roland Berger windt er geen doekjes om. De hoofdthema’s zijn nog steeds hetzelfde. De wereld stapt af van globalisering en richt zich op de regio. Er is meer automatisering, meer communicatie en de elektrificatie zet door. Deze trends op de lange termijn zijn niet anders dan vorig jaar. Op korte termijn is er al wel veel veranderd.
Het aantal nieuw verkochte auto’s is flink gedaald. Hier heeft, door het grote aandeel EV’s, de dealer wat betreft de aftersalesactiviteiten als eerste last van. Daarbij spelen de relatief hoge inflatie, leveringsproblemen en het toenemende protectionisme de sector parten. Tegelijkertijd wordt het wagenpark steeds ouder. Dat is positief, want dat heeft daardoor meer onderhoud nodig. Het is dus niet allemaal slecht nieuws, stelt Veenman. Wel zijn klanten steeds prijsbewuster. Vooral in Nederland kiezen zij steeds vaker voor merkloze onderdelen. Ook kiezen ze er vaker voor bepaalde werkzaamheden niet uit te laten voeren.


Scenarioplanning
Om op deze veranderingen in te spelen, moet je leren omgaan met de onzekerheid. Hiervoor helpt het om aan scenarioplanning te doen, vertelt Michiel de Vries, oprichter en eigenaar van Jester Strategy. Met zijn bedrijf helpt hij bedrijven de toekomst te vangen in verschillende scenario’s, zodat zijn klanten zich kunnen voorbereiden. “In feite kraken we de toekomst”, stelt De Vries. “We bedenken wat er gaat gebeuren door na te denken in verschillende scenario’s.”
Aan de hand van verschillende voorbeelden legt hij dit verder uit. Hij laat de zaal nadenken over één vraag die zij hebben over de toekomst. Vaak is met een berekening of het aanpakken van één enkele onzekerheid die vraag al te beantwoorden. Is er sprake van meerdere onzekerheden, dan biedt scenarioplanning uitkomst. Hierbij worden verschillende varianten van de toekomst uitgewerkt. “Scenario’s zijn geen concrete plannen, maar verhalen over hoe de toekomst eruit zou kunnen gaan zien. Ze helpen je te bedenken hoe je in staat zou kunnen zijn hierop in te spelen.”
Met het denken in scenario’s is een bedrijf voorbereid op wat mogelijk komen gaat, stelt De Vries. Maar, zo voegt hij toe, dat werkt alleen als bedrijven ook echt actie ondernemen aan de hand van het scenario. “Plan een moment in waarop je ermee aan de slag gaat, om inzichten concreet te maken. Je hebt meer aan een strategie die niet helemaal klopt, maar wel wordt uitgevoerd dan aan de juiste strategie die vervolgens niet wordt opgevolgd.”
AI
Een voorbeeld van zo’n scenario schetst Carlo van de Weijer, directeur van het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI) van de TU Eindhoven. Hij vertelt over AI en hoe dit gebruikt moet worden. Aan de hand van voorbeelden laat hij zien dat AI vals kan spelen en dus altijd gecontroleerd moet worden. De mens moet dus altijd een rol blijven spelen. Waar AI het saaie, repeterende werk overneemt, komen de echte vakmensen bovendrijven.
Volgens Van de Weijer ziet de toekomst er positief uit voor aftersales. Dankzij technologie zoals zelfrijdende auto’s en elektrificatie wordt autorijden steeds goedkoper. Hierdoor wordt het populairder. Hij laat zien dat mensen altijd zo’n 13 tot 15 procent van hun budget uitgeven aan mobiliteit. Als autorijden goedkoper wordt, is er meer geld voor aftersales. Daarnaast wordt de beleving belangrijker, zoals servicegemak. Juist dan is het van belang toegang te hebben tot de klant, tot de data van de klant en die markt ziet Van de Weijer wel verschuiven. Het is daarom zaak voor iedereen in de aftermarket om met AI aan de slag te gaan: “Speel ermee om te ontdekken wat er allemaal mogelijk is en dan ga je vanzelf zien hoe je er ook in je werk voordeel uit kunt halen”, drukte Van de Weijer zijn gehoor op het hart.
Doe meer met data
Dit is een mooie overgang naar de presentatie van Arjen van Eck, netwerkpartner bij Wolk & Nikolic Automotive Intelligence. Volgens hem is de vrije toegang van data ondertussen goed geregeld, maar is het met de zichtbaarheid nog slecht gesteld. De data die fabrikanten beschikbaar stellen, moet gebruiksvriendelijk zijn maar is dat vaak niet. Van Eck stelt daarom de vraag: wie zijn de leveranciers van voertuig- en onderdelendata?
De ANWB raadt eigenaren van een EV aan zelf het simpele onderhoud uit te voeren, en als dat zo eenvoudig is dan ligt de komst van een nieuw EV-fastfit-concept op de loer
Hij geeft de aanwezigen in de zaal mee meer te doen met data. Door te veel nutteloze data kunnen monteurs niet direct de juiste onderdelen vinden op websites, waardoor ze deze ergens anders kopen. Volgens Van Eck werkt duidelijke data als een extra vertegenwoordiger. Het zorgt ervoor dat je als bedrijf opvalt en het versterkt je positie. Van Eck raadt dan ook aan om zelf te zorgen voor goede data. Door actief zoektermen van klanten te analyseren, kunnen data en productaanbod beter worden afgestemd op de vraag. Dit helpt niet alleen de grossier maar ook de fabrikant.

Marco van der Aa voorzitter RAI Aftermarket
Tijdens de 8e ledenvergadering van RAI Aftermarket op 11 december 2025, voorafgaand aan het 14e Nationaal Aftersalescongres, is Marco van der Aa, bestuurslid namens Forvia Hella Gutmann, voor een eerste termijn van vier jaar benoemd als voorzitter van de vereniging.
Bij zijn aantreden zei Marco van der Aa, die in het bestuur de industrie en toelevering vertegenwoordigt: “Verwacht van mij niet dat ik het beleid ga omgooien. Ik ga mij inzetten voor dezelfde dossiers als die nu op tafel liggen. Ik zal me vooral richten op hoe we digitalisering en AI voor onze belangenbehartiging kunnen inzetten. Ook op het gebied van duurzaamheid kunnen we als aftermarket een grote bijdrage leveren, door auto’s op milieuvriendelijke en veilige manier op de weg te kunnen houden.”
Scheidend voorzitter Johan van der Hoeven zei bij zijn afscheid: “Hier staat een trots man. Ik kijk terug op een fantastische tijd.” Later, tijdens het Aftersalescongres, zou Van der Hoeven zich nog zorgen maken over de betaalbaarheid van mobiliteit, al sloot hij daar af met de optimistische woorden, “één ding is zeker: er zijn kansen genoeg voor onze sector.”
Van der Hoeven kondigde vervolgens zeven nieuwe leden voor de vereniging aan: KAVO, KAWE, ABS, Turbo’s Hoet, Brightmotive, De Hoeve Multipower en R. Scheepers Consultancy. Daarentegen zegden vijf leden hun lidmaatschap op, waaronder grossiers die zijn overgenomen (Tinnemans en GEA) en Motip, dat slechts 8 procent van de omzet in de automotive maakt.
Vanwege het vertrek van Johan van der Hoeven bij LKQ ontstond er binnen het bestuur van RAI Aftermarket ook een vacature voor een tweede representant van de importeurs/distributeurs (Rob Visser vertegenwoordigt de Alliance Automotive Group). Tijdens de vergadering werd Ewoud Lubbers (LKQ) voor deze functie gekozen voor een eerste termijn van vier jaar.
Onmisbaar
Johan van der Hoeven betreedt als vertrekkend voorzitter van RAI Aftermarket daarna het podium. Zijn vereniging behartigt de belangen van de sector. Dat is hard nodig, stelt hij, want de politiek wil alleen maar meer opbrengsten uit de mobiliteitssector en is onbetrouwbaar geworden. Volgens Van der Hoeven is het op de weg houden van auto’s de meest duurzame oplossing. Hierbij is de aftermarket onmisbaar. Deze houdt mensen mobiel. Het is voor zijn opvolger, Marco van der Aa, een flinke uitdaging.
Dit stelt ook Jos Veldhuisen, die zoals gebruikelijk het Nationaal Aftersalescongres afsluit. In zijn presentatie onder de titel ‘Vijftig tinten aftersales’ schetst hij een beeld van een mogelijke aftersales-toekomst die we niet willen. Hierin bepalen fabrikanten welke apps beschikbaar komen in auto’s en wie de data allemaal krijgt. Sturing dus vanuit de OEM’s. De ANWB raadt eigenaren van een elektrische auto aan zelf het simpele onderhoud uit te voeren, “en als dat zo eenvoudig is dan ligt de komst van een nieuw fastfit-concept op de loer”, aldus Veldhuisen.


Waar Carlo van de Weijer eerder er nog aan twijfelde of robots de werkplaats zullen overnemen, stelde Jos Veldhuisen juist dat dit voor sommige werkzaamheden al werkelijkheid is. “In schadeherstelbedrijven zijn spuitrobots al in staat om simpele spuitklussen van menselijke autospuiters over te nemen. Ook de uitlijnrobot van Maha maakt menselijke arbeid overbodig, wat ook noodzakelijk is, gezien het tekort aan handjes in de werkplaats.”
Boven de markt hangt nog de roep om een sloopregeling, eindigt de veroudering van het wagenpark en dat is dan een minpuntje voor de aftersales. Volgens Veldhuisen is er slechts plaats voor twee soorten werkplaatsen: de OEM-gestuurde allrounder en de hightech fastfitter. Hij eindigt met een positieve noot, die hij iedereen meegeeft als afsluiting: “De toekomst is positief als je er actief aan meedoet. Alleen kon je vroeger heel veel op eigen kracht, nu zul je veel meer moeten samenwerken. Helaas zie ik dat partijen dat nog wel wat meer zouden moeten doen.”