Europese aftermarket blijft in beweging

Genuine Parts Company (GPC) uit de Verenigde Staten is ’s werelds grootste distributeur van onderdelen, niet alleen in de autosector, maar ook in diverse industriële markten. GPC is de moedermaatschappij van het Europese netwerk Alliance Automotive Group (AAG), waar AAG Benelux in Ede deel van uitmaakt. Recentelijk had Aftersales Magazine een exclusief interview met de in Parijs zetelende algemeen directeur (CEO) van AAG, Franck Baduel. 

Van de in 2020 door GPC gerealiseerde jaaromzet van ongeveer 16 miljard dollar betreft 65 procent de automotive aftermarket. Dit is eenschatting op basis van de cijfers van de eerste drie kwartalen, want bij het drukken van dit nummer waren de definitieve cijfers van het 4e kwartaal en dus heel 2020 nog niet bekend. Van die 16 miljard wordt zo’n 2,4 miljard in Europa gegenereerd door AAG. Als gezicht naar het universele autobedrijf fungeren in Nederland en België met name de netwerken van Brezan, TC Staadegaard, Dabeko en het recent geformeerde Precisium, het netwerk van zo’n zestig onafhankelijke grossiers.

Franck Baduel

Hoe heeft u 2020 ervaren?

Frank Baduel: “Zowel persoonlijk als zakelijk was het een zwaar jaar. Zeker in Frankrijk waar ik woon en werk hebben de lockdowns voor veel stress gezorgd. Je kon niet reizen en dus ook geen familie en vrienden bezoeken. Als AAG zijn we vooral sterk vertegenwoordigd in Frankrijk en Groot-Brittannië en dus kwam de sluiting van autobedrijven en grossiers in die landen extra hard aan. Zakelijk gezien was voor AAG vooral de eerste coronagolf erg zwaar. De situatie die toen ontstond, was voor iedereen nieuw en uitkomsten onvoorspelbaar. Grossiersvestigingen en autobedrijven moesten in de meeste landen dicht. Het was een worst case scenario dat zich ontvouwde. In Nederland bleef de business aardig overeind. Met de tweede en derde coronagolf hebben we ervaren dat onze organisatie en veel van onze klanten alweer veel pragmatischer met de gevolgen daarvan omgingen. Definitieve cijfers heb ik nog niet, maar ik schat dat wij 2020 niet slecht hebben afgesloten. Ik denk een min van rond de 2 procent ten opzichte van 2019.”

Wat zijn uw vooruitzichten voor dit jaar?

“Het eerste kwartaal zullen we nog met de directe gevolgen van de pandemie te maken hebben. Daarna zal de speelruimte groter worden, verwacht ik. Dan gaan we weer toe naar een min of meer normale businessstructuur. Prioriteit is het herstellen van onze communicatie met de autobedrijven. Belangrijke dossiers daarnaast zijn de veranderende aftermarket en het vergroten van onze aanwezigheid in de landen waar we al actief zijn en in nieuwe regio’s.”

AAG hanteert in de meeste landen een hybride distributiesysteem, met eigen vestigingen en onafhankelijke grossiers die het autobedrijf beleveren. Hoe duurzaam is dit concept?

“Deze manier van werken zit in ons DNA. We hanteren dat hybride distributiesysteem wereldwijd, simpelweg omdat we partners nodig hebben om de markt zo breed mogelijk te kunnen bedienen. Bovendien houdt deze manier van werken onze eigen organisatie scherp. Het biedt ons een benchmark en het dwingt ons tot een meer open minded benadering van de markt. Verder kun je leren van de manier waarop zelfstandige ondernemers met de nieuwe technologie omgaan, met het autobedrijf communiceren en welke kansen zij in de markt zien. Vergeet ook niet dat we een bepaalde schaalgrootte nodig hebben om de uitdagingen rond elektrische mobiliteit en digitalisering aan te gaan. Wij weten daarom zeker dat wij baat hebben bij een hybride distributiestructuur.”


‘We gaan NAPA introduceren op de Nederlandse markt,
met onderdelen in het premium private label-segment.’


Het Presicium-netwerk van onafhankelijke grossiers is dus onderdeel van de distributiestrategie?

“Absoluut. Het past naadloos in onze visie van een hybride onderdelendistributie. Onze uitdaging is om iedereen de ruimte te geven die zij nodig hebben om hun verdienmodel te verwezenlijken. Alleen al in Frankrijk genereren de Presicium-grossiers samen een omzet van bijna 200 miljoen euro. In Nederland gaan we dit netwerk eveneens op de kaart zetten.”

In de VS heeft GPC meerdere eigen merken in haar portfolio. De bekendste is ongetwijfeld NAPA. Enige tijd geleden heeft NAPA als private label voet op Europese bodem gezet. Wanneer is Nederland aan de beurt?

“We gaan NAPA introduceren op de Nederlandse markt. Een kleine twee jaar geleden zijn we in Europa gestart met het uitrollen van ons NAPA-label, eerst in Groot-Brittannië, daarna in Frankrijk en Duitsland. We positioneren het in het premium private label-segment. Daarnaast hebben we Proformer NAPA, wat zijn plek heeft in het low budget-segment en dat we voorlopig alleen nog in Groot-Brittannië inzetten. Met de ervaringen die we tot nu toe hebben opgedaan is nu het moment om in meerdere landen NAPA als private label te introduceren, met Nederland voorop. Ruitenwissers, remdelen, schokdempers en distributiekits zijn de productlijnen waar we mee starten.

Hoe zal de elektrificatie van invloed zijn op het huidige verdienmodel?

“Elektrificatie is op meerdere fronten een uitdaging, niet alleen voor ons als onderdelenleverancier, maar zeker ook voor onze klanten, de universele autobedrijven. De komende jaren zullen zij naast het updaten van hun kennis rond benzine- en dieselvoertuigen ook geconfronteerd worden met hybridetechnologie, batterij-EV’s en EV’s die waterstof gebruiken als energiedrager. Kortom, er wordt straks wat betreft technische vaardigheden veel van de werkplaatsmedewerkers gevraagd. Tegelijkertijd zal in de werkplaats digitalisering een rol gaan spelen. Voor ons als AAG geldt dat wij wat de onderdelenbeschikbaarheid ten aanzien van EV’s ook stappen moeten gaan zetten.”

Is er in het vrije kanaal wel voldoende kennis van elektrische voertuigen?

“Voor ons is er een rol weggelegd om autobedrijven via training en opleiding te helpen anticiperen op de geleidelijke elektrificatie van het wagenpark. Om dat allemaal in goede banen te leiden hebben we op managementniveau een speciaal EV-team samengesteld dat onze organisatie en klanten moet helpen deze uitdaging succesvol tegemoet te treden. In de Benelux is recentelijk het, in Ede ontwikkelde, NexDrive-concept gestart, waarmee universele autobedrijven klaargestoomd worden voor het EV-tijdperk. Dat is belangrijker dan ondernemers soms denken. Door de EV-transitie verwachten dealernetwerken namelijk dat zij de aftersales naar zich toe kunnen trekken. Universele autobedrijven zijn met de juiste trainingen echter heel goed in staat om EV’s te onderhouden en te repareren. Dat moet meer worden uitgedragen. Dat is overigens geen zaak van de Benelux alleen. Daarom hebben we besloten om in heel Europa het NexDrive-concept in te gaan zetten om autobedrijven te ondersteunen bij het servicen en repareren van nieuwe aandrijftechnieken.” 

Het onderzoeksbureau ICDP verwacht op langere termijn een integratie van het OE- en het onafhankelijke kanaal. Hoe zien jullie dat?

“Ik heb het rapport ook gelezen en eerlijk  gezegd kan ik me er wel iets bij voorstellen. In mijn ogen zal het vooral voor autofabrikanten een grote stap zijn. Die zullen ten aanzien van hun onderdelendistributie en netwerkstrategie keuzes moeten maken ten aanzien van hun nieuwe relatie met de consument. Er liggen zeker kansen voor zowel AAG als voor onafhankelijke garagenetwerken. In Nederland zie je dat grotere dealergroepen interesse tonen in de marketingconcepten voor universele autobedrijven. Daar begint het al.”


‘Er zullen de komende jaren nog een paar opvallende overnames gepleegd worden
op de Europese onderdelenmarkt.’


Wat vinden jullie dan van PSA met het Distrigo-platform?

“Ik zit niet in de boardroom van PSA, dus hun strategische keuzes beoordelen is lastig. Ik denk wel dat hun snelle groei menigeen heeft verrast, inclusief PSA zelf. Toch denk ik dat er keuzes gemaakt gaan worden en dat er straks vooral een sterk platform voor OE-onderdelen gaat ontstaan.”

Welke marktpositie neemt Alliance Automotive Group over vijf jaar in Europa in?

“Ik heb geen glazen bol, maar als ik naar de huidige markt kijk, dan zijn er drie tot vijf topspelers die gezamenlijk ‘slechts’ een kleine 10 procent marktaandeel hebben. De Europese onderdelenmarkt is nog steeds gefragmenteerd. Daarom is het niet moeilijk te voorspellen dat er de komende jaren nog een paar opvallende overnames gepleegd zullen worden. Wij willen in ieder geval onze schaal nog flink vergroten.” 

Hoe zullen webshops zich in de B-to-B onderdelenmarkt ontwikkelen?

“De digitalisering leidt zeker tot meer online salesmogelijkheden, maar vergeet niet: in ons vakgebied zijn technische ondersteuning, de snelle beschikbaarheid en zaken als garantieafwikkeling cruciale onderdelen van een distributiestrategie. Daar hebben grossiers die dicht bij hun klant staan een streepje voor. Zij kunnen veel meer ondersteuning bieden dan een webshop, zeker als onderdelendistributeurs en hun grossiersnetwerken een actievere rol krijgen bij het verkrijgen van voertuigdata. De relatie tussen AAG en zijn klanten zal door webshops dan ook niet worden bedreigd.”

Jos Veldhuisen

Hoofdredacteur Aftersales Magazine met als persoonlijk motto: 'I am Aftersales'

Van Jos Veldhuisen zijn er nog 1699 artikelen verschenen. Meest recente artikelen van Jos Veldhuisen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *