Steeds meer kleinverpakkingen

Universelen volgen relatief trouw de fabrikantenspecificaties voor motorolie. Dat betekent wel dat de bulkolie steeds vaker vervangen wordt door een variant uit kleinere verpakkingseenheden. 

Enquête over olie en additieven

De bulk van de respondenten zit in de hoek van de onafhankelijke autobedrijven, dus daar focussen we ons op in deze verslaglegging. Allereerst de vraag waar de olie betrokken wordt. Van de tachtig reacties blijkt de verdeling tussen de automaterialengrossier en de oliemaatschappij vrijwel fiftyfifty te zijn. 

Als de olie eenmaal in de werkplaats is, dan blijkt deze doorgaans in verschillende opslagvormen te worden bewaard. De bulktank verliest echter gestaag marktaandeel ten gunste van de kleinere verpakkingen. Tenminste, voor zestig procent van onze respondenten. Zo’n vijftien procent zegt juist meer bulkliters te gebruiken.

Volumes

Er wordt veel gesproken over afnemende olievolumes in de markt. Daarvoor worden twee argumenten aangevoerd: ruimere service-intervallen en kleinere slagvolumes (downsizing). Dat laatste zou per beurt minder olie moeten opleveren. Dat blijkt echter niet uit de reacties. Zeven van de tien zien gelijke volumes per doorgang, slechts twee van de tien minder. Eén op de tien ziet zelfs meer liters per doorgang.

0W-aandeel

In het merkkanaal is de 0W-trend vanzelfsprekend eerder zichtbaar, gezien de doorgaans jonge leeftijd van de werkplaatsmix. De helft van de dealerrespondenten geeft aan een groei in dubbele cijfers te zien van dit marktaandeel. De universele bedrijven zien de trend naar 0W-varianten wel komen, maar minder snel. Zestig procent ziet groeicijfers die onder de tien procent blijven. De groep respondenten die geen verandering constateert is amper kleiner dan de groep die juist groei in dubbele cijfers beleeft.

Additievengebruik

Traditioneel is het gebruik van additieven een gevoelig topic. Autofabrikanten zeggen officieel tegen elke vorm te zijn. Op werkplaatsniveau is er traditioneel geen grote consensus: de markt lijkt verdeeld tussen ‘gelovigen’ en ‘ontkenners’. De panelleden gebruiken echter overwegend additieven. Slechts vijftien procent zegt ‘nee’ op de vraag of er additieven worden gebruikt. De groep ‘gebruikers’ valt verder uiteen in drie relatief gelijke delen: regelmatig, altijd en alleen op verzoek van de klant. Vragen we dan door naar de ervaringen met de gebruikte middelen dan zegt zestig procent dat ze doen wat ze moeten doen. Een kwart meent dat de effecten worden overschat en vijftien procent ziet geen verandering tussen voor en na.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.