De Europese Unie zou moeten bewerkstelligen dat tussen 2030 en 2040 alle diesel- en benzinemotoren verboden worden. Alleen zo kan ernst gemaakt worden met het klimaatakkoord van Parijs.

Dat concludeert de Brusselse denktank Bruegel in de beleidsnotitie Adressing Europe’s Failure to Clean up the Transport Sector.

Klimaatakkoord

Met het klimaatakkoord van Parijs heeft de Europese Unie zich ten doel gesteld de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te hebben teruggebracht tot 40 procent van het niveau van 1990. Tussen 1990 en 2015 is die uitstoot al significant gedaald. De vervoerssector (alles wat rijdt, vaart of vliegt) is hierop de uitzondering. Daarvan nam de uitstoot zelfs met 20 procent toe. Binnen het vervoer zou de focus volgens Bruegel moeten komen te liggen op het uitstootvrij maken van het wegvervoer. Dat is immers voor 70 procent verantwoordelijk voor de totale uitstoot door vervoer. Het CO2-vrij maken van het wegvervoer heeft bovendien een gunstige invloed op de luchtkwaliteit in steden. Die is een belangrijke factor voor een betere volksgezondheid in Europa.

Andere maatregelen

Bruegel constateert dat nationaal en Europees beleid tekortschiet. De EU zou harder op moeten treden door een collectief Europees verbod op verbrandingsmotoren te bewerkstelligen. Dit zou een sterk signaal afgeven aan de Europese automotive industrie dat het in schonere voertuigen moet investeren. Het zet ook de Europese burgers aan om te kiezen voor meer duurzame vormen van vervoer. Daarbij zou de EU een Europa brede discussie over de toekomst van belasting op vervoer op gang moeten brengen. Ten derde zou de EU subsidies op innovaties en onderzoek met betrekking tot vervoer meer ten goede moeten laten komen aan nieuwe, schone technologieën die nu misschien nog niet toereikend zijn, maar wel de potentie hebben om het wegvervoer duurzaam CO2-vrij te maken.
Deel dit artikel op
Laatste nieuws
Meest bekeken berichten
Recente Reacties