Hoe zullen universele autobedrijven zich ontwikkelen? Worden ze groter en gaan ze het dealerkanaal achterna door schaalvergroting te omarmen? Hoe zien zij op de lange termijn de aftersalesactiviteiten veranderen? Het zijn vragen die om een glazen bol lijken te vragen, maar het gezonde ondernemersverstand gebruiken kan ook.

De meeste universele autobedrijven zijn in verhouding tot de dealerkant van de reparatie- en onderhoudsmarkt relatief klein. Hun bewerkingsgebied is veelal lokaal bepaald. Toch merk je de afgelopen jaren dat universele autobedrijven die nieuw bouwen, zeker buiten de Randstad, groter worden. Mede door het indikken van de dealernetwerken buiten de grote steden ontstaan in de buitengebieden aftersaleskansen voor het universele autobedrijf. Omdat hun klantenbestand bij zo’n ontwikkeling eveneens toeneemt, wordt de druk op de oude werkplaats te groot. Tegelijkertijd moeten ze zich rekenschap geven van het aanstaande EV-tijdperk. Investeren wordt een must, maar is op eigen kracht niet altijd mogelijk. Banken staan nog steeds niet te juichen als zich een automotive ondernemer meldt, dus zorgen investerende derde partijen er steeds vaker voor dat universele autobedrijven weer kunnen investeren en anderzijds hun lokale positionering kunnen verstevigen.

De (apk)teststraat zal mede door ADAS vaker onderdeel zijn van de universele werkplaats. Tegelijkertijd stimuleert de bestelwagenmarkt (en die van campers) de aanschaf van hefbruggen met grotere hefvermogens.

Een andere ontluikende trend is dat er ondernemers zijn die meerdere universele autobedrijven bezitten. Zij staan een regionale aanpak voor, in plaats van gebonden te blijven aan hun lokale bestaan. Dat zien we nu nog vooral bij Bosch Car Service en Vakgarage, maar dat zal zeker ook bij andere werkplaatsconcepten gaan spelen. Kortom: schaalgrootte vinden we behalve bij merkdealers, onderdelendistributeurs en automaterialengrossiers langzamerhand ook terug bij het onafhankelijke autobedrijf, waar soms meer werkplekken dan werkplaatsmedewerkers zijn. Hier speelt de druk op de arbeidsmarkt uiteraard een rol, maar ook het feit dat een complexere auto wat vaker moet overnachten bij de universele garage.

EV

De groei in grootte en aantallen universele werkplaatsen is een ontwikkeling die bij de leveranciers van werkplaatsapparatuur tot tevredenheid stemt. Zij zien tevens een toenemende vraag naar zwaardere hefbruggen. De groeiende klandizie van bedrijfsmatige klanten met grote bestel- en servicebussen, met daarnaast het effect van het sterk toegenomen camperbezit, leidt vaker tot de aanschaf van 5 tons hefbruggen door het universele autobedrijf. Sommigen houden daarbij in hun achterhoofd dat deze hefbruggen met een groter hefvermogen later ook ingezet kunnen worden voor het servicen en repareren van EV’s.

Overigens is investeren in EV’s momenteel vooral een zaak van training en minder in specifieke apparatuur, zoals een heftafel voor de elektromotoren of het batterijpakket. Het aanbod EV’s is daarvoor nog te klein en bovendien zijn grotere reparaties vaak garantiegevallen en die gaan toch voornamelijk naar het dealerkanaal. Toch wordt er zeker in het universele kanaal naar gekeken en op voorgesorteerd, want daar realiseert men zich dat ondanks dat het niet zo lang meer duurt of de EV komt steeds vaker langs in iedere werkplaats.

Alternatieven

Als de omzet van benzine- en dieselauto’s dan toch afneemt, kan je maar beter nu aan het alternatief gaan werken. Investeren in deze is een beetje als onderhanden werk: iedere keer een stukje. Olie is mede door de opkomst van de EV voor de langere termijn een onzekere factor voor de bijdrage aan de marge van de werkplaats. Zeker voor universele autobedrijven die een relatief groot klantenbestand hebben, is het op voorraad houden van meerdere olietypen inmiddels de gewoonste zaak van de wereld. Hier en daar staat nog een 1000 liter bulktank, maar we zien vooral kleinere verpakkingen (vaak heeft een universeel autobedrijf al een stuk of tien olietypen op voorraad) en 60 liter drums. De lokale dan wel regionale grossier is daarvoor voor veel autobedrijven een belangrijke back-up. Oliemaatschappijen verwachten dat op de langere termijn – als de EV’s een groter aandeel in het wagenpark hebben – de koelvloeistoffen voor het koelsysteem van het batterijpakket een deel van de verloren olieomzet en -marge goed zullen maken.

De universele werkplaats wordt veel overzichtelijker, waarbij de aandacht voor moderne gereedschap-opbergsystemen toeneemt.

Afwachtend

Opvallend is dat uit een rondgang langs enkele wat grotere universele autobedrijven een afwachtende houding blijkt ten opzichte van ADAS-kalibratie. Wel investeert men in uitlijnapparatuur, of zelfs een complete (apk-)teststraat. Niet dat men geen oog heeft voor de ADAS-functionaliteiten, maar zolang er onvoldoende vraag is vanuit de klant en regelgeving ontbreekt, blijft dit deel van het investeringsplan op de plank liggen. Het zijn vooral de universele autobedrijven die veel zakelijke klanten hebben (leaseauto’s) die al wat vaker ADAS-kalibratieapparatuur in huis hebben.

De deeltjesteller staat ondanks het toch niet al te grote investeringsbedrag bij diverse ondernemers eveneens op de to do-lijst. Ondernemers speculeren er vooral op dat de prijzen nog zullen dalen nu er veel aanbod is en de markt om diverse redenen kleiner is dan aanvankelijk werd gedacht. Behalve investeringsbereidheid ten aanzien van uitlijnapparatuur wordt ook geïnvesteerd in digitale bandenscanners. Deze vergroten nadrukkelijk de bandenomzet, zeker in combinatie met de teststraat, ook als het eens niet om de combi onderhoud en de apk gaat.

Ondernemer

Kortom: investeren is bij veel universele autobedrijven een zaak van onderhanden werk; liever een paar kleine en grote stappen dan in één keer een grote sprong voorwaarts. Het geeft de organisatie tijd om mee te groeien. Belangrijk is dat de ondernemer er met de komst van ADAS, EV’s en bandenservices wel voor moet zorgen dat de werkplaatsorganisatie, inclusief de receptie, in staat is om al deze werkplaatsactiviteiten op een klantvriendelijke manier aan te bieden en te verkopen, want een mooie, strak ingerichte werkplaats, al dan niet met een sterk werkplaatsconcept, kan alleen succesvol zijn als de ondernemer met zijn team medewerkers de klant optimaal behandelt.

Foto boven: De universele werkplaats neemt in omvang toe. Krijgt een grotere klantenbasis, met een steeds complexer wordend wagenpark.

Deel dit artikel op​

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
3 april 2025
Europese Commissie beboet fabrikanten wegens recyclingkartel
3 april 2025
VOYAH breidt dealernetwerk uit met Wassink Autogroep
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
2 april 2025
NexDrive en 50five maken laadoplossingen toegankelijk
2 april 2025
Autobedrijf Jan Greijmans verder als TOP Merkspecialist in Mazda
2 april 2025
Een robuuste strategie
Meest bekeken berichten
Recente reacties