Frankenstein-EV’s tussen de seriemodellen

Wie wil kan op internet het nodige vinden aan conversies van bestaande auto’s naar elektrische aandrijving. Puristen vinden daar wat van, voer voor discussie dus. Elektrisch rijden in een auto die daar niet voor bedoeld is, doen we dat in Nederland?

Allereerst die discussie. Waarom vinden mensen het een probleem? In de klassiekerwereld geldt het adagium: het is maar één keer origineel. Een referentie ervan is de eerste lak, de eerste bekleding maar het zijn vooral de serienummers van motor, bak en carrosserie. Numbers matching, ofwel de nummers kloppen met de fabrieksdocumenten. Klassiekers die origineel waren volgens die normen worden soms geofferd om de elektrische wensen van de eigenaar te kunnen vervullen. De erfgoedwaarde is daarmee verloren. Voorstanders zeggen dat het de dagelijkse bruikbaarheid vergroot en daarmee de toekomstkansen vergroot voor vervuilende oude auto’s. Soms, want vaak gaat het om auto’s die toch al niet aan de hiervoor genoemde criteria voldeden. Enfin, een discussie die we hier niet verder zullen voeren, want dan zijn we 80 pagina’s verder. Met de cijfers zoals verstrekt door dataleverancier RDC in de hand kijken we om welke aantallen het überhaupt gaat in ons park. Is het sop de kool wel waard?

Vegen we lichte bedrijfswagens en personenwagens even gemakzuchtig op een hoop dan komen we afgerond tot tweehonderdduizend volelektrische auto’s. Niet verbazingwekkend zijn dat veelal Tesla’s. Sterker nog: 28 procent bestaat uit deze geesteskinderen van Elon Musk. De koploper weet zich vooralsnog op ruime afstand van de nummer twee: Volkswagen. Alleen, die Tesla’s zijn allemaal vanaf het begin elektrisch. Van de grofweg 25.000 elektrische Volkswagens zijn er 13.911 ID.3 en ID.4 maar er zitten ook verbouwde hippiebusjes tussen en die Golfs Variant uit het Essent-project van tien jaar geleden.

Vele in top 3

Op modelniveau was lange tijd de Model S het archetype onder de volelektrische auto’s in ons land. Inmiddels heeft de ‘gevestigde orde’ het gat in het parkvolume ingelopen. Sterker, de Hyundai Kona en de Kia Niro zijn de Model S nipt voorbij. De drie zijn ieder goed voor twaalfduizend stuks. Als we deze gedeelde nummer 2 bij elkaar op een hoop gooien, dan nog haalt de Model 3 het goud met bijna veertigduizend stuks in ons land. Nipt achter de Model S weer een gedeelde positie, ditmaal voor de Leaf en de ID.3. Let wel: Leaf heeft er lang over moeten doen om dit niveau te halen en van de ID.3 is de spreekwoordelijke verf nog niet eens droog.

Zo’n 3,6 procent van de elektrische voertuigen zijn lichte bedrijfswagens met Nissans NV200 op geel en grijs kenteken als koploper. Die noteert 2311 stuks, de nummer twee stokt bij 1538 stuks (Renault Kangoo). Een vijfde van de tweehonderdduizend ev’s staat op naam van particulieren, de branche zelf komt niet verder dan zo’n 2,8 procent. Haal er nog 1,3 procent aan verhuur af en je houdt lease, fleet en klein zakelijk over: driekwart dus. Ook dat verbaast niet: fiscale stimuli zoals bijtelling en investeringsaftrek bereiken particuliere eigenaren niet. De vrij recent gestarte subsidieprogramma’s voor nieuw en gebruikt moeten hierin verandering brengen.

De lijst met volelektrische merken en typen laat wat minder voor de hand liggende registraties zien die één ding gemeen hebben: exclusiviteit. Zo is er de 5008 van de illustere fabrikant (kucht) Zotye uit 2012. Sowieso interessante namen uit China in de lijst, afgezien van het prominent aanwezige MG of nieuwe toetreder Aiways. Namen als Dongfeng of Jingdezhen Changhe. De Europeanen van vorige eeuw stammen uit de jaren negentig. Zoals de Golf Citystromer uit 1994 (!) en de nog vroegere Panda Elettra (1992). Er komen zelfs enkele vooroorlogse (als in voor WWI welteverstaan) elektrische exemplaren langs. Denk aan Baker-Electric of Pope-Waverley.

Koude Oorlog

Het is het tijdvak dat ik gemakzuchtig samenvat met de woorden ‘Koude Oorlog’ waarin de meeste Frankenstein-ev’s voorkomen. Denk aan Defenders, Eenden, Kevers, hippiebussen en vooral veel onherkenbaars dat het merk ook maar als type hanteert in de database. Hilarisch wordt het als de type-omschrijving vooral iets zegt over de motorisering die ruimte moest maken voor de elektromotor(en). Zoals in het geval van de Mercedes 220D uit 1973. Of de 911 3.2 Carrera.

Natuurlijk wordt er ook jonger spul (als in jonger dan 1989, het einde van die koude oorlog) verbouwd naar elektrisch. Modellen waar je misschien niet direct aan zou denken, zoals een Daihatsu Terios of een Honda HR-V 1.6 2WD (2000). In de wetenschap dat Tesla ooit startte met het verbouwen van wat in basis een Lotus Elise was is het misschien opvallend om te zien dat ook een Elise als EV voorkomt in de lijst. Misschien want het is eigenlijk een bekend exemplaar uit 2009, de tijd dat er, bij gebrek aan goede af-fabriek auto’s, veel projecten ontstonden. Van de inmiddels minimaal tien jaar oude Tesla Roadsters rijden er overigens ook nog een zeventigtal rond in ons land.

Het is nog veel te vroeg om van een hype te spreken, wellicht wordt het dat ook nooit. Als de verbrandingsmotor echter het lot krijgt van de groeilamp (een vergelijking die vanwege de energie-efficiëntie minder gek is dan het lijkt) dan ontstaat hier een groeisegment. Misschien wel de enige manier om geliefde modellen nog op de weg te houden, daarbij de status van mobiel erfgoed voorgoed vernietigend.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *