Met de recente overname van ACtronics door LKQ Europe en de overnames van de automaterialengrossiers Rijpma en Gamo door LKQ Nederland wordt duidelijk dat LKQ, na een turbulente periode, het gaspedaal diep intrapt.
Over de afgelopen periode zegt Ewoud Lubbers, Country Director LKQ Netherlands: “Dat we onze Nederlandse organisatie momenteel herinrichten is door de veranderende en complexe marktomstandigheden noodzakelijk. Het kost enerzijds helaas een aantal banen, maar levert ook weer nieuwe banen op.”
In gesprek met Ewoud Lubbers schuift ook zijn collega, Business Unit Manager Universal Workshops Melvin Caldenhove aan. In een exclusief gesprek met Aftersales Magazine leggen zij uit waar LKQ Nederland staat en belangrijker: waar zij naartoe willen.
Wat verstaan jullie onder de veranderende markt?
Lubbers: “Dat is een optelsom van meerdere factoren, met allereerst de geopolitieke ontwikkelingen die invloed hebben op de markt. Dan technologische trends, denk aan de elektrificatie die echt wel zal doorzetten, maar ook digitalisering en connectiviteit inclusief de discussie over toegang tot voertuigdata. Daarnaast zien we dat met de toetreding van nieuwe concurrenten een drukker speelveld ontstaat, zeker ten aanzien van de onderdelendistributie. Verder de continue druk op de arbeidsmarkt en uiteraard de transformatie naar meer door software gedreven auto’s. Al die trends hebben hun invloed door de hele keten heen.”
Wat is jullie drijfveer?
Lubbers: “Onze ambitie is om Nederland in beweging te houden. Wij willen dat zoveel mogelijk autobedrijven bij hun aftersalesactiviteiten de onderdelen uit onze portfolio gebruiken. Daarbovenop bieden we diensten – zoals trainingen en marketingondersteuning waaronder werkplaatsconcepten – die autobedrijven helpen hun groeidoelen te realiseren. Uiteindelijk richten we ons op het versterken van de marktpositie van onze klanten, de autobedrijven. Als het hen goed gaat, gaat het ook goed met ons.”
Aandeelhoudersvergadering
Tussen het ter perse gaan en het verschijnen van deze editie van Aftersales Magazine heeft op 6 mei de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van het beursgenoteerde LKQ Corp. plaatsgevonden. Het zou kunnen dat er sindsdien nieuwe ontwikkelingen zijn ten aanzien van de Europese activiteiten van LKQ. In dat geval heeft u die ongetwijfeld via onze website en nieuwsbrieven meegekregen. Dit doet niets af aan het bovenstaande interview met Ewoud Lubbers en zijn collega Melvin Caldenhove.
En hoe willen jullie dat bereiken?
Lubbers: “Dat doen we door via onze eigen vestigingen en die van onze strategische partnergrossiers altijd een up-to-date onderdelenaanbod te hebben en de beschikbaarheid daarvan te garanderen. Onze inzet is volledig gericht op het maximaal ondersteunen van autobedrijven. Dat geldt uiteraard voor de onderdelenstromen, maar zoals gezegd ook voor onze services.”
Caldenhove: “Belangrijk is om te benadrukken dat wij in Nederland een hybride distributiestructuur voorstaan. Dus leveringen via eigen vestigingen, het 2-step model, en via partnergrossiers, het 3-step model. Dit hybride distributiemodel blijft gehandhaafd.”
We openden ons gesprek met de veranderende organisatie van LKQ Nederland. Willen jullie dit eens uitleggen?
Caldenhove: “De overnames van de afgelopen jaren hebben in de integratie meer tijd gevraagd dan we vooraf hadden voorzien. Inmiddels hebben we belangrijke stappen gezet om de organisatie beter te verbinden en te vereenvoudigen, zodat we met onze nieuwe organisatie- en divisiestructuur slagvaardiger kunnen opereren.”
Lubbers: “Wij hebben onze activiteiten binnen zes divisies geconcentreerd, met een nauwe samenwerking tussen die zes pijlers. De eerste van die zes divisies, of business units, bestaat uit de onafhankelijke autobedrijven en de concepten. Die divisie wordt geleid door Melvin en is momenteel goed voor 75 procent van de omzet van LKQ Netherlands. Dan zijn er nog de groothandel, bestaande uit onze strategische partnergrossiers in het 3-step model; het merkgebonden kanaal, bestaande uit de dealerholdings; lease, fleet & insurance, zeg maar de indirecte verkoop; schadeherstel, lakken & Green Parts, en de zware sector, bestaande uit industrie, truck & bus. Die indeling zorgt ervoor dat we meer segmentgericht en klantgericht onze strategie kunnen uitrollen. Ieder klantsegment heeft zijn eigen specifieke klantbehoefte, trends en ontwikkelingsbehoefte waarop we beter willen inspelen. De klant staat in deze segmentgerichte structuur centraal. Een ander bijkomend voordeel is dat er geen verzuiling moet zijn, maar een nauwe samenwerking tussen de divisies.”
Hoe stimuleren jullie die onderlinge samenwerking en de afstemming met klanten?
Caldenhove: “We worden meer en meer een data-gedreven organisatie, waarbij data niet alleen onze medewerkers ondersteunt, maar zeker ook onze klanten, de autobedrijven. Goed geïnformeerd zijn is een basisvoorwaarde om slagvaardig te kunnen blijven, snel te kunnen bijsturen of nog belangrijker, nieuwe kansen te ontdekken.”
Lubbers: “Heel belangrijk hierin is werken aan talentontwikkeling en dat ook weer door de hele keten heen. Het is inmiddels een open deur dat het gebrek aan ‘handjes’ de groei afremt. We willen er alles aan doen om onze klanten te helpen succesvol te zijn en te blijven. En daar hoort door middel van opleidingen en trainingen het binnenhalen en vooral het vasthouden van talenten bij.”
Terugkomend op de divisie van schadeherstel, lakken en Green Parts. Ligt hier het accent op plaatwerk?
Caldenhove: “Nier per se. We hebben al een stevige positie met autolakken en uiteraard met technische delen. Daar komt plaatwerk zeker bij, maar daar richten we ons vooral op het gebruikte, zogenaamde groene body parts. We hebben circulariteit en hergebruik hoog in het vaandel staan en we ervaren dat bijvoorbeeld verzekeraars hier steeds vaker in mee willen gaan.”
In Nederland hebben we een hybride distributie-structuur. Dus leveringen via eigen vestigingen, het 2-step model, en via partnergrossiers, het 3-step model.
Lubbers: “Denk op termijn ook aan het repareren van EV-batterijen. Dat is een opkomend marktsegment dat zich nog ontwikkelt, maar duidelijke raakvlakken heeft met de schadeherstelmarkt.”
Onlangs communiceerden jullie dat de LKQ-familie in Nederland een honderdjarige geschiedenis heeft. Hoe zit dat precies?
Lubbers: “In 2011 zette LKQ, door de overname van het Britse ECP, haar eerste stappen op de Europese aftermarket. In 2013 kregen we door de overname van het Schiedamse Sator toegang tot de Nederlandse markt. De voorloper van Sator was uiteraard het in 1926 opgerichte Van Heck & Co. De geschiedenis van onze huidige organisatie in Nederland beslaat dus een periode van honderd jaar. Daar zijn we trots op, ook omdat veel innovatieve ontwikkelingen door de jaren heen uit die geschiedenis voortkomen. Met de stappen die we vandaag zetten, zijn we ook klaar voor de komende honderd jaar.”
Kijkend naar de toekomst: staan er wellicht, na de recente overnames nog meer overnames op de rol?
Lubbers: “Daar kan ik niks over zeggen. We willen onze huidige leidende positie uiteraard verder uitbouwen en daar zijn autonome groei en de samenwerking met strategische partners in eerste instantie de belangrijkste ingrediënten voor.”