Dunnere olie, meer liters per doorgang

Wat bloed is voor het menselijk lichaam, is olie sinds mensenheugenis voor autobedrijven. De komst van elektrische mobiliteit verontrust het autobedrijf vooralsnog niet erg, getuige een kleine enquête van Aftersales Magazine.

Om te beginnen de status nu. Ruim zes van de tien respondenten geeft aan dat er per doorgang een gelijkwaardig aantal liters ‘geschonken’ wordt, best opvallend in een tijd van kleiner wordende motoren. Eén op vijf noteert zelfs meer liters per doorgang. Slechts één op acht verkoopt gemiddeld per doorgang minder of veel minder. Dit onderbouwt de trend van steeds dunnere en daardoor ook steeds vluchtigere oliesoorten. Kort en goed: olieverbruik is concreet olieverdamping geworden. Een op drie ondervraagden ziet een harde stijging van het aandeel volsynthetische oliesoorten, bijna de helft een stijging van maximaal tien procent.

Eén op vijf garages noteert meer liters olie per doorgang.

  Op zich niet opvallend, gezien de naar (tevens steeds dunnere) volsynthetische olie opschuivende olienormen bij autofabrikanten. Liefst zeven van de tien ondervraagden geeft aan zich strikt te houden aan de fabrieks-normen, dat wil zeggen in minimaal tachtig procent van de gevallen. Nog eens twee van de tien doet dat ‘veelal’, ofwel zes tot acht van de tien doorgangen.

Gevolgen winst

Bovag heeft een rekenmodel beschikbaar waarmee garagisten de effecten van elektrische mobiliteit op hun werkplaatsomzet kunnen doorrekenen. Dat zegt slechts tien procent daadwerkelijk te hebben gedaan, nog eens veertig procent is dat van plan te gaan doen. De overige helft niet. Advies- en onderzoeksbureau McKinsey stelt dat in 2035 de olie-omzet met acht procent gedaald zal zijn ten opzichte van nu. Driekwart van de ondervraagden vindt dat een realistische aanname. Van die respondenten die dat vonden denkt de helft dat dit een forse daling, maar geen halvering van de totale bedrijfswinstgevendheid zal inhouden. Slechts drie procent voorziet een halvering of nog sterkere winstdaling. Bijna de helft denkt dat er nauwelijks verandering in de totale winstgevendheid van het bedrijf zal optreden.

Voorraadbeeld

Vier van de tien respondenten heeft maximaal drie olietypen op voorraad, drie van de tien tussen de vier en zes soorten. Dat betekent een verschuiving ten opzichte van onze vorige smeermiddelenenquête. Vier van de tien hadden toen vier tot zes oliesoorten op voorraad, twee van de tien maximaal drie soorten of juist zeven tot negen vari-anten. Een op zes heeft er nu echter tien of meer, wat vergelijkbaar is met de uitkomst van de vorige enquête. Best opvallend dat veertig procent met drie soorten maximaal toe kan, terwijl dertig procent er zeven of meer nodig heeft. Deze verschuiving zien we ook terug als het gaat om de opslagmethoden. Net als vorig jaar heeft driekwart een bulktank, zes van de tien bulkvaten en een vergelijkbaar aantal 20 liter-verpakkingen. Het aandeel losse kleinverpakkingen tot en met vijf liter nam af van 54 procent naar 38 procent. De helft geeft dat ook heel concreet aan: ja, ik koop minder kleinverpakkingen. Slechts één op tien zegt meer bulkliters te kopen. Overigens is onder onze respondenten de oliemaatschappij de grootste leverancier, zes van de tien koopt daar en niet bij de automaterialengrossier de olie in.