Een blik op de aftersales van morgen

Niet alleen autofabrikanten denken aan het verlengen van de economische en technische levensduur van de (elektrische) personenauto; ook in de onafhankelijke aftermarket wordt daarover nagedacht, zoals bij LKQ-Fource, dat onder leiding van Johan van der Hoeven (tevens voorzitter RAI Aftermarket) ervoor zorgt dat de werkplaatsklant langer beschikbaar blijft voor de universele werkplaats.

De tijd van alleen maar dozen schuiven is bij LKQ-Fource al lang voorbij. Behalve onderdelendistributeur is LKQ-Fource voor zijn klanten ook een strategische partner als het gaat om werkplaatsconcepten, marketing, training & opleiding, ICT, gereedschappen, werkplaats- en diagnoseapparatuur en technische ondersteuning door de helpdesk. Steeds vaker wordt om advies gevraagd omtrent de toekomst van de aftersales. Ondernemers en managers in de autobranche willen weten wat hierop de visie is van hun partner.

Welke vragen komen er tegenwoordig vooral bij jou op het bureau terecht?

Johan van der Hoeven: “Dat is met name de vraag hoe wij denken dat de werkplaatsactiviteiten zich zullen gaan ontwikkelen in relatie tot nieuwe aandrijvingsvormen. Daarnaast wil men weten in hoeverre de digitalisering de relatie met de werkplaatsklant een andere invulling gaat geven. Toegang tot voertuigdata en over the air diensten zijn daarbij belangrijke, maar voor velen nog onduidelijke drempels. De ondernemer heeft daarbij nog een tweetal persoonlijke vragen: wat betekent dit alles voor mijn toekomst en wat betekent het voor de toekomst van mijn bedrijf? Samengevat is iedereen op zoek naar een nieuwe blauwdruk van de branche over tien jaar, maar die glazen bol bestaat niet. We zullen met elkaar een toekomstvisie moeten ontwikkelen en samen de meest profitabele weg naar die toekomst moeten gaan kiezen.”

We hebben het hierbij ongetwijfeld ook over de vermeende angst voor het aftersalespotentieel aan elektrische auto’s.

“Ondanks dat werkplaatsen nog vele jaren gevuld zullen zijn met reparaties en onderhoud aan auto’s met een benzine- dan wel dieselmotor zullen hybride en batterij-elektrische auto’s eveneens de universele werkplaats aandoen. De impact daarvan zal zeker merkbaar zijn, maar nog lang niet overheersen. De door BOVAG en KPMG recent geïntroduceerde studie naar de Nederlandse aftermarket in 2030 geeft een goede denkrichting aan, met name als het gaat om de EV-transitie in de werkplaats. Desondanks ervaren we dat er bij veel ondernemers onzekerheid blijft over het aftersalesvolume op de lange termijn. En ja, het aftersalesaanbod zal veranderen. Onderhoud zal zeker minder worden, maar verdwijnen doet het zeker niet. EV’s hebben geen behoefte aan motorolie, maar wel aan andere vloeistoffen en hebben een andere onderhoudsbehoefte, bijvoorbeeld met betrekking tot het batterijpakket.”

Zijn er ook zaken die nu nog niet of slechts sporadisch ter sprake komen, maar die in jouw ogen juist belangrijk zijn voor de lange termijn?

“Duurzaamheid, wat zich laat vertalen in circulariteit en hergebruik. Dat zijn ontwikkelingen die niet nieuw zijn, maar mede door de maatschappelijke druk structureel onderdeel zijn en nog veel meer zullen worden voor onze aftermarket. De EV is hier een grote katalysator. De huidige batterijpakketten zijn ontworpen voor de eerste fase van hun levensduur. Eigenlijk was er tot voor kort amper een stimulans om bij de ontwikkeling of productie na te denken over hergebruik of recycling. Daar komt bij dat het verwachte tekort aan bepaalde grondstoffen ons zal dwingen om hier goed over na te denken. Ook past het verlengen van de levensduur – technisch en economisch – van het batterijpakket in onze visie ten aanzien van een gezonde mobiliteit. Sterker nog: dit is een absolute must.”

‘Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan ondernemers, hun medewerkers en last but not least de werkplaatsinrichting.’

Wil je dat eens toelichten?

“Het concept gezonde mobiliteit heeft vele haakjes. Circulariteit is er slechts één van. Het gaat ook om een duurzaam verdienmodel, om een goede werkomgeving voor je medewerkers, het willen en kunnen investeren in moderne werkplaatsapparatuur en om de organisatie middels trainingen up-to-date houden ten aanzien van de technologische ontwikkelingen. Dat betreft niet alleen de auto, maar bijvoorbeeld ook de online klantenprocessen. Of je het nu gezonde mobiliteit of duurzaamheid wil noemen, is niet het belangrijkste. Het gaat erom dat je op zo’n manier met je vak bezig bent dat je bijdraagt aan een gezonde leef- en werkomgeving, wat uiteindelijk leidt tot een gezonde onderneming.”

Terug naar het onderdeel circulariteit. Waar richt LKQ-Fource wat dat betreft zijn pijlen op?

“Circulariteit begint al bij de fabrikanten die producten ontwikkelen en produceren. De Europese Commissie werkt aan regelgeving met betrekking tot productie, remanufacturing, hergebruik en recycling van EV-batterijpakketten. Het is namelijk een hele uitdaging om de industrie te bewegen om op eigen kracht een duurzaam tweede en derde leven voor elektrische auto’s en hun hoogvoltagebatterijen mogelijk te maken. Voor een succesvolle EV-transitie is het van groot belang dat de gebruikte batterijpakketten een goede bestemming krijgen. Het verlengen van de levenscyclus van de auto is het eerste waaraan je moet denken. Dat betekent dat we in de aftermarket ook in staat moeten zijn om batterijpakketten te onderhouden en te repareren.”

Hoe ver is LKQ-Fource daarin?

“De leercurve staat nog aan het begin van zijn cyclus. Hergebruik of recycling van het batterijpakket verschilt uiteraard per toepassing. Het is nu bovendien nog onmogelijk om de waarde van een gebruikte accu voor hergebruik te bepalen. Ook is niet duidelijk wanneer een accu niet langer een ‘nieuwe’ accu is. Niemand weet onder welke voorwaarden een accu als afval kan worden beschouwd, of als handelswaar dat opnieuw kan worden ingezet. In de VS heeft LKQ al de nodige ervaring en zelfs twee aparte ondernemingen voor het repareren van EV-batterijen. Ook onze Zweedse collega’s zijn al enige tijd bezig hier ervaring mee op te doen. Zij zijn al een heel eind met het opzetten van een veilig en efficiënt demontage- en ontmantelingsproces. Overigens hebben we al de nodige slijtageonderdelen en banden voor de huidige EV’s beschikbaar.”


‘Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan ondernemers, hun medewerkers en last but not least de werkplaatsinrichting.’


Je zei al dat de glazen bol niet bestaat, maar probeer toch eens in de toekomst te kijken. Wat zie je dan?

“Eén ding is zeker: de werkplaats van de toekomst ziet er anders uit dan de werkplaats van vandaag. EV’s, ADAS, de snelle ontwikkeling op het gebied van voertuigtechnologie en sensortechnologie, alsmede de digitalisering – over the air – en de toenemende netwerkvorming stellen nieuwe eisen aan de werkplaats. Er zal een verschuiving plaatsvinden van mechanisch naar elektrisch werk, software gedreven en geavanceerde diagnostiek. Kennis opbouwen door trainingen zorgt ervoor dat het autobedrijf een relevante partner blijft voor de werkplaatsklant, particulier en in toenemende mate ook zakelijk. Wat mij hierbij wel zorgen baart, is de beperkte instroom van de benodigde technici, een nieuwe generatie die bereid is om het vak van autotechnicus 2.0 te leren. Op dit gebied moeten we nu eenmaal concurreren met veel andere sectoren die zich voor het zelfde probleem gesteld zien.”

Er wordt voorspeld dat er op termijn een integratie van het OE-kanaal en de onafhankelijke aftermarket zal komen. Hoe denk je daarover?

“Autofabrikanten beginnen één voor één in te zien dat zij, om aansluiting te houden bij de behoeften van hun klanten en zelfs om winstgevend te blijven, niet de strijd moeten aanbinden met onafhankelijke autobedrijven op het terrein van de aftersales. Ze zullen vooral moeten leren van de manier waarop zij te werk gaan. Nu veel fabrikanten hun dealers tot een soort van agent transformeren en het aantal retailvestigingen door verdere schaalvergroting afneemt, zal de aftersales de laatste mogelijkheid zijn om klantenbinding te realiseren. Het is heel wel mogelijk dat zowel autofabrikanten als de grote dealerholdings daarvoor de samenwerking gaan zoeken met ketens van onafhankelijke autobedrijven. De zakelijke markt is ze daarin al voorgegaan.”

En hoe kijk je naar de toetreding van nieuwe spelers, niet in de laatste plaats uit China?

“Persoonlijk verwacht ik dat deze nieuwkomers juist de komende tien jaar de automotive wereld zullen gaan veranderen. We moeten hun invloed niet onderschatten. Nieuwe autofabrikanten, niet gehinderd door bestaande structuren en vaak met een sterke online focus, zullen hun sales- en aftersalesnetwerken op een andere manier inrichten. Dit is al begonnen toen Tesla zijn eerste producten op de markt bracht. De complete supply chain zal gaan veranderen. Juist deze nieuwe spelers gaan nieuwe distributievormen gebruiken voor zowel auto’s als onderdelen. En vergeet daarbij ook hun invloed op het werkaanbod voor de werkplaats niet.”

We noemden al de maatschappelijke druk als het om de EV-transitie gaat. Hoe wordt er bij LKQ-Fource gedacht over de politieke keuzes die worden gemaakt?

“Het is triest te moeten constateren dat de politiek in mijn ogen te ver voor de muziek uitloopt. Er wordt beleid ontwikkeld dat niet uitvoerbaar zal blijken te zijn. De Europese leidsman Frans Timmermans roept van alles, maar maakt daarmee de verwarring in het automotive landschap alleen maar groter. Dat draagt niet bij aan constructieve oplossingen. Dat we allemaal hetzelfde doel hebben, namelijk een beter leefmilieu, staat niet ter discussie, maar hoe we dat doel kunnen realiseren moet wel door iedereen gedragen worden. Het is voor de haalbaarheid van dit soort plannen juist van groot belang dat burgers, politiek en industrie nauw samen werken en samen realistische, haalbare doelen stellen. De roep om mobiliteit zal er altijd blijven en wordt door welke maatregel dan ook echt niet minder. Ik wil daarbij opmerken dat we nu versneld proberen de omgeving aan te passen aan de mensheid, terwijl de geschiedenis laat zien dat de mensheid zich al duizenden jaren aan zijn omgeving heeft aangepast.”

Wat betreft de omvang van de aftermarket, voorzie jij daar nog groei?

“Tussen nu en 2030 zal de Europese aftermarket een solide ecosysteem blijven, met gezonde marges. Het werkaanbod zal nog steeds worden gedomineerd door auto’s met een diesel- of benzinemotor. Het wagenpark zal nog verder groeien en verouderen, kortom: gestage aftersalesgroei in een relatief stabiele omgeving. Na 2030 echter begint de EV-transitie merkbaar te worden in de werkplaats van het universele autobedrijf. De belangrijkste redenen daarvoor zijn een veranderend wagenpark met een andere onderhouds- en reparatiebehoefte, en een versnelde verandering in de gewoonten van de consument. Marktpartijen zullen zichzelf opnieuw moeten uitvinden als ze hun verdienmodel gezond willen houden in die zich evoluerende aftersalesmarkt. Ook hiervoor biedt het eerdergenoemde BOVAG/KPMG-rapport de nodige aanknopingspunten. Het onderzoek spreekt van krimp als het gaat om het werkaanbod, maar aan de andere kant worden onderdelen door hun complexiteit wel duurder. Dus ja: op termijn wordt de onderdelentaart kleiner, maar wel waardevoller.”

De werkplaats van de toekomst ziet er anders uit dan de werkplaats van vandaag. EV’s, ADAS, de snelle ontwikkeling op het gebied van voertuigtechnologie en sensortechnologie, alsmede de digitalisering – over the air – en de toenemende netwerkvorming stellen nieuwe eisen aan de werkplaats.

Wat zie jij tot slot als de belangrijkste uitdagingen voor LKQ-Fource?

“Die uitdagingen zijn niet nieuw: de digitalisering van de sector, elektrificatie van voertuigen en toenemende concurrentie, waaronder nieuwe digitale spelers. We strijden daarbij als branche nog steeds voor een vrije, ongecensureerde toegang tot voertuigdata. Het veel genoemde en door het politiek gewenste gelijke speelveld is er nog steeds niet. We moeten uiteraard de kans krijgen om op data gebaseerde verdienmodellen te ontwikkelen. Het merkkanaal zet nu bijvoorbeeld al vaker in op over the air concepten. Door online updates en vooral upgrades worden de levensduur van de auto en de relatie met de klant verlengd. De marktpartijen die actief zijn in de onafhankelijke aftermarket en aftersales zullen zich niet de kaas van het brood moeten laten eten. Een digitale relatie met de retail- en werkplaatsklant moet voor iedereen mogelijk zijn.”

Blik in de toekomst
De auto-industrie zal moeten buigen voor de klimaatdoelen van de Europese Commissie. Vanaf 2035 worden er geen nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor meer toegelaten in het Europese wagenpark. Een deel van de industrie hoopt met een e-fuelstrategie die termijn te rekken. In 2026 zal de EC de voortgang van de EV-transitie evalueren en bekijken of het toelaten van e-fuels kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen.
Verder denkt de Nederlandse regering aan een verplichte, 100 procent EV-transitie voor leaseauto’s per 2025. Desondanks zullen er in 2035 nog voldoende auto’s in het wagenpark met een benzine- of dieselmotor rondrijden. En wat te denken van het contingent hybrides? De EV-transitie lijkt door de complexe omstandigheden rond de laadinfrastructuur bovendien af te zwakken. In 2035 zal de handel in reeds toegelaten auto’s met een verbrandingsmotor niet kunnen worden tegenhouden. Slimme importeurs zullen zich rond 2032-2033 verzekeren van een ‘gegarandeerde’ toestroom van occasions. De werkplaatsactiviteiten zullen zich daarom ver na 2035 nog rond de verbrandingsmotor blijven afspelen, parallel aan een groeiend aandeel EV’s in diezelfde werkplaats.

Jos Veldhuisen

Hoofdredacteur Aftersales Magazine met als persoonlijk motto: 'I am Aftersales'

Van Jos Veldhuisen zijn er nog 1805 artikelen verschenen. Meest recente artikelen van Jos Veldhuisen

  • 2 september 2022 om 13:49
    Permalink

    Uitstekend artikel/interview waarbij op een realistische en genuanceerde wijze alle belangrijke ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende uitdagingen voor de aftersales worden benoemd. Inclusief de onzekerheid daarover. Zoals altijd geldt: niemand weet precies wat de toekomst brengt, maar je moet er wel klaar voor zijn. Bewegen dus en niet stilzitten!

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.