Restwaarde: zekerheid of risico

De waarde van een occasion wordt door iedereen, vakman of niet, mede vergeleken met de nieuwwaarde. Het gebruiken van de verhouding oud versus nieuw levert een percentage op. Om structureel waarden en risico’s te kunnen bepalen zijn die percentages onmisbaar.

Hoeveel procent daalt de waarde direct bij eerste registratie, hoeveel procent daalt de waarde per maand en per duizend afgelegde kilometers? Gegevens waarmee leasemaatschappijen en verzekeraars werken en waarop occasionkoerslijsten gebaseerd zijn. Maar zonder consequente benadering geen behoorlijke uitkomsten.

Bij dergelijke rekenschema’s worden behalve inkoopcondities ook specificaties en verkoopmogelijkheden betrokken. Als een bepaalde auto (merk, type en uitvoering) gekocht kan worden met achttien procent korting (meestal over de grens) dan weet je zeker dat de afschrijving bij eerste registratie al zo’n achttien procent is, ook als er een hogere prijs voor betaald is, meestal is dan vervolgens de waardedaling per maand wel wat lager dan gebruikelijk.

Als je als leasemaatschappij het restwaarderisico accepteert dan is het duidelijk dat je met restwaardeschattingen heel zorgvuldig moet omgaan en voor elke auto en uitvoering de rekenregels moet vaststellen. Andere CO2-uitstoot, andere versnellingsbak, kekke of sombere kleur, noem maar op; al die aspecten komen aan bod bij een serieuze aanpak en dat staat bol van de verhoudingen tot de nieuw- waarde, percentages dus. Zodra de rekenexercities gedaan zijn, komen er restwaarden in euro’s te voorschijn. Pas dan weet je waarop te sturen, komt het gevoel ‘haalbaar of niet’.

Een verkoopgesprek waarbij vraag- en biedprijs in procenten wordt gevoerd bestaat niet. Percentages noemen voor een merk en model zonder nadere specificatie is pure borrelpraat. Als je weet dat een VW Up leverbaar is in uitvoeringen tussen grofweg tien- en vijftienduizend euro, dan vraag je je meteen af of een algemeen geroepen restwaarde van zeventig procent, betrekking heeft op alle versies. Zo niet, op welke dan wel?

Restwaardebepaling is dus maatwerk. Als je per se restwaarden in percentages wilt noemen, dan kan dat alleen verantwoord wanneer ook duidelijk wordt waar het percentage betrek- king op heeft; zeventig procent van de versie van twaalf mille geeft duidelijkheid. Dat is 8400 euro en dan weet de lezer: dat voelt goed of da’s te veel.

Overigens blijft dan nog de vraag wie de lezer is; een particulier die achter de prijs een glimmend gepoetste auto met zes maanden garantie verwacht of de auto-ondernemer die een goed onderhouden lease-VW Up wil inkopen.

Let wel, soms worden de in showroom gevraagde occasionprijzen ook als restwaarde aangeduid. En die kan wat mij betreft beslist niet als zodanig worden aangeduid. Daar schuilt een risico dat je op het verkeerde been wordt gezet. Natuurlijk zijn percentages nuttig om vergelijkingen duidelijk te maken, maar beslist niet om (rest)waarden te duiden. Dat weten uitgevers van koerslijsten goed. De koerslijsten geven (naast de veilinglijsten) houvast voor vergelijkingen en bieden in euro’s betrouwbare gegevens om het onderbuikgevoel aan te toetsen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.