De 30-jarige Daan Grunder doet al bijna een kwart eeuw aan het Oost-Nederlandse klootschieten. Als jong jochie werd hij gegrepen door de sport en werd hij zelfs Nederlands kampioen.

De opa en oma van Daan beoefenden de sport in hun jongere jaren, maar vanuit zijn grootouders heeft hij de sport niet meegekregen. “Toen ik een jaar of vier was ging ik mee met jongens die bij mijn broer in de klas zaten en veel aan klootschieten deden. Hun vaders waren ook lid bij deze club, K.V. Noord Berghuizen in Oldenzaal, een club met zestig mannen en twintig vrouwen. Op deze manier ben ik feitelijk in aanraking gekomen met het klootschieten”, aldus Daan.

Nedersaksisch

“Zelf ben ik al sinds 1999 lid van deze club waar ik deze prachtige sport beoefen. We spelen met een veelal houten bal die is gevuld met lood. De bal is op drie punten doorboord, hij is met de hand gemaakt maar het gebeurt natuurlijk ook machinaal. Er zijn ballen in allerlei verschillende diameters en in verschillende gewichten. De sport is behoorlijk streekgebonden. In principe is het volgens mij vooral Nedersaksisch. Zeg maar de grensstreek, van een stukje van Groningen en Drenthe, de Achterhoek tot aan een gedeelte van Brabant. Het spel van het klootschieten werd uitgevonden op de grens van Overijssel en Drenthe in de 13de eeuw en het is daarmee waarschijnlijk de oudste sport van Nederland. Een van de bekendste uitspraken in de sport is: ‘Hier mot é kom’n!’ oftewel ‘Hier moet ‘ie komen!’.”

180 meter

Er is een persoonlijke en een competitietak van de sport. De competitie vindt altijd in de winter en buiten plaats. “Klootschieten kent dus geen winterstop maar een zomerstop! Er is vaker geopperd om er een zomersport van te maken omdat het dan ook qua animo voor de jeugd wellicht wat aantrekkelijker is. Het is namelijk wel een uitstervende sport, er is weinig jonge aanwas. Voor het schieten van de kloot neem je een aanloop en je laat de kloot los voor de streep. Dan is het de bedoeling om onderhands zo ver mogelijk door de lucht te gooien. Je hebt drie pogingen en de verste telt. Over het algemeen zijn de klootschietbanen tussen de vijf en acht meter breed en er is een bepaald parcours dat je moet afleggen. Op onze baan gooi ik ongeveer zo’n 120 meter ver, zeker als ik de bal wat topspin meegeef. Of een draai als er een bocht in de baan zit. Maar goed, die te gooien afstanden hangen heel sterk van de ondergrond af, hè. Op hardere ondergronden kun je ook zomaar 170 à 180 meter halen. Daarbij moet je ook wat geluk hebben want een takje of een steentje kan de bal zo van richting doen veranderen, daar heb je geen invloed op.”

“Op onze baan gooi ik ongeveer zo’n 120 meter ver, zeker als ik de bal wat topspin meegeef.”

Voldoening

“In het seizoen 2014-2015 ben ik met mijn team kampioen geworden van de hoofdklasse en zijn wij gepromoveerd naar de ereklasse. In het jaar dat een schutter de leeftijd van 18 jaar bereikt wordt het als senior lid beschouwd. In mijn laatste jaar als junior lid heb ik het onderdeel ‘veld’ op de Nederlandse Kampioenschappen mogen winnen.


‘Waarschijnlijk de oudste sport van Nederland’


Sindsdien mag ik mij dus Nederlands Kampioen noemen, een titel waar ik erg trots op ben. In het seizoen 2015-2016 ben ik actief als jeugdleider geweest voor het oudere jeugdteam van K.V. Noord Berghuizen. Daarnaast haalde ik er voldoening uit om kinderen met dezelfde passie als ik plezier in het klootschieten bij te brengen. Sinds begin 2017 ben ik secretaris van K.V. Noord Berghuizen.”

De houten bal is op drie punten doorboord, gevuld met lood en met de hand gemaakt maar het gebeurt natuurlijk ook machinaal.

Momentum

“Wat het moeilijke is aan de sport? Ik denk dat het vergelijkbaar is qua moeilijkheidsgraad met bijvoorbeeld snooker of poolen. Iedereen kan het wel, maar om er in uit te blinken moet je er wel echt goed in zijn. Je moet sowieso balgevoel hebben en dan heb je de combinatie van snelheid uit je aanloop halen en de techniek in je worp. Ik denk dat ik er goed in ben om de snelheid uit mijn aanloop door te geven in het momentum in mijn arm. Je komt echt los, je gooit je hele lichaamsgewicht in de strijd. De aanloop neem je dus mee in de uiteindelijke worp. Wat ik leuk vind aan klootschieten is dat het een ouderwetse Nederlandse sport is. Techniek, snelheid en tactiek komen samen, dat maakt het uitdagend voor mij. Daarom vind ik het, wat ik net ook al zei, zo jammer dat er steeds minder animo voor is. Gelukkig heeft onze vereniging nog een jeugdteam, dat hebben we jaren niet gehad. Hier in de regio blijft het – ook door spandoeken en acties – gelukkig wel populair. Alleen Oldenzaal heeft al vijf klootschietverenigingen!”

Binnen Kantooruren
Daan Grunder is accountmanager Twente bij onderdelenleverancier en familiebedrijf Koskamp: “Ik ben onderweg als consultant en als vertegenwoordiger. Mijn rayon reikt van Mander tot aan Delden en van Haaksbergen tot aan Almelo. We krijgen medio dit jaar een nieuwe vestiging in Hengelo en het wordt mijn uitdaging om hiervan een groot succes te maken. De grossierstak bij ons is als vanzelfsprekend goed. In onze branche doet iedereen het goed, anders besta je niet meer.
Wat wij belangrijk vinden is alles eromheen. Als de garagist het goed en druk heeft, dan krijgen wij het ook goed en druk. Wij ondersteunen onze klanten met marketing, trainingen en opleidingen, we hebben drie opleidingscentra en Hengelo wordt nummer vier.”

Deel dit artikel op

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
Meest bekeken berichten
Recente Reacties