Tijdens een routinecontrole op een bedrijventerrein ontdekken agenten ruim twee kilogram synthetische drugs. De drugs bevinden zich in een caravan die geparkeerd staat op het terrein van een schadeherstelbedrijf. In de caravan bevinden zich hulpmiddelen om dergelijke drugs te fabriceren. Het gaat kortom om een mobiel drugslab, dat van water en stroom wordt voorzien door het bedrijfspand.
De ondernemer exploiteert in het gehuurde pand een schadeherstelbedrijf. De eigenaar van het pand plaatst na toestemming van de ondernemer een caravan buiten op het terrein, naast het bedrijfspand. Na ontdekking van de drugs besluit de burgemeester om het perceel voor 12 maanden te sluiten. De ondernemer is het daar niet mee eens en stapt naar de rechter. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige maatregel te treffen: de burgemeester moet eerst de uitkomst van de bezwaarprocedure afwachten alvorens daadwerkelijk tot sluiting over te gaan. De ondernemer wil niet dat zijn bedrijf 12 maanden dicht moet.
Voor zo’n voorlopige voorziening is alleen ruimte als er onverwijlde spoed is. Dat is hier naar mening van de rechter niet het geval. Het gaat niet om een onomkeerbare situatie, bijvoorbeeld een dreigend faillissement of een boom die omgezaagd gaat worden. De ondernemer beschikt namelijk nog over twee andere panden waarin hij de activiteiten van het schadeherstelbedrijf tijdelijk kan onderbrengen. De burgemeester mag het perceel waar de drugs zijn aangetroffen twee weken na de uitspraak voor 12 maanden sluiten.1
Opiumwet
De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid. In het verlengde daarvan heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen. Het komt er op neer dat een woning of voor het publiek toegankelijke ruimte gesloten kan worden na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs. De aanwezigheid van voorwerpen of stoffen waarmee drugs vervaardigd kunnen worden is al voldoende. Die bevoegdheid inzetten heeft tot doel de overlast ter plaatse en drugscriminaliteit te bestrijden.
De zaak kan vragen oproepen. Wist de verhuurder van de aanwezigheid van de drugs? Was de ondernemer op de hoogte van de situatie? De antwoorden daarop zijn in beginsel niet relevant of de burgemeester een perceel wel of niet mag sluiten. De burgemeester moet wel toetsen of hij de bevoegdheid die de Opiumwet hem geeft in een bepaalde situatie mag gebruiken.
Afweging belangen
De burgemeester is bevoegd als het gaat om handelsvoorraden drugs, dus meer dan voor eigen gebruik. Er moet een relatie zijn tussen de aangetroffen drugs en het betreffende pand of de locatie. Vervolgens moet het genomen besluit evenredig zijn. De maatregel kan naast sluiting ook bestaan uit een waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom. De burgemeester moet de zwaarte van de maatregel afwegen tegen de geschiktheid om het doel van de maatregel te bereiken. Ook moet hij de gevolgen van de maatregel voor de betrokkenen afwegen.
Evident onrechtmatig besluit
De burgemeester zal niet lichtvaardig overgaan tot het inzetten van de zwaarste maatregel. Door de sluiting kan de onderneming op die locatie niet verder en dat kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van de onderneming. In deze zaak ging de voorzieningenrechter niet mee met de argumenten van de ondernemer. Ook is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit van de burgemeester, waardoor sluiting achterweg zou moeten blijven. Of de sluiting onrechtmatig is kan in de bezwaar- en beroepsprocedure tegen het primaire besluit nog aan de orde komen.
Wanneer uw (bedrijfs)pand of locatie wordt gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet bent u wellicht slachtoffer van ondermijning. Het was toch niet zo’n goed idee om die passant tegen vergoeding een stallingsplek aan te bieden voor zijn caravan. Houd uw ogen open, wees alert op chemische geuren en meld verdachte omstandigheden bij de politie of via meldmisdaadanoniem.nl.