Je wint pas echt als de ander faalt

Onlangs dronk ik een paar biertjes met een aantal universele garages. We kwamen elkaar toevallig tegen in een snookerhal waar ik – ver buiten mijn woonkern – met een automaterialengrossier en een autohandelaar een potje ging biljarten. Bier, bitterballen en tijd, het betekende naast het over drie tafels verspreide snookerspel, ook een avondje filosoferen over de branche, over de teruggelopen omzetten. Een trend die al veel te lang duurt. Een belangrijke vraag tijdens het spel;
waar haal je de benodigde groei vandaan in een markt die kleiner wordt? En nee, zelf hadden ze geen antwoord.

Ik vond het opvallend dat zelfs de zo goed als onaantastbaar geachte ondernemers uit het universele kanaal zo timide waren. Het gaat ze niet echt slecht, maar wel minder en dat al twee jaar op rij. Dat zijn ze niet gewend. Wat vooral depressief maakte – en in een snookerhal is het licht al niet zo aanwezig – was hun gevoel dat de werkplaatsklant geen budget meer (over)heeft voor goed en eerlijk onderhoud. Omdat de beleving rond de auto minder is geworden, maar ook omdat het autogebruik vermindert.

Veel belangrijker is vandaag dat de consument de beschikbare ruimte in de portemonnee kleiner ziet worden. Minder euro’s is besparen en dat merken die universele garagisten. De crisis is merkbaar aanwezig en dat is ook nieuw voor de universele garagist. Daar komt bij dat de vrije ondernemers last beginnen te krijgen van de merkdealer, die met zijn scherper geprijsde menuservices steeds vaker een behoorlijke concurrent wordt. In de laatst verschenen Aftersalesmonitor van RAI Vereniging en Bovag, was al te zien dat er steeds kleinere verschillen zijn in factuurgrootte tussen de tot nu toe altijd als te duur gepositioneerde dealer en de prijsvriendelijk geachte universeel. Vooral die laatste trend baart mijn snookermaten van deze avond grote zorgen.

De meeste bitterballen etende en bier drinkende snookeraars van deze avond waren aangesloten bij een werkplaatsconcept. Ondanks dat er wat verschillende bloedgroepen aan de drie biljarttafels stonden, was hun oplossing even simpel als gevaarlijk. “We rekenen gewoon een uurtje minder om competitief te blijven. Het accent op de prijs en niet op een betere service of een beter verhaal naar de klant. Nee, de prijs omlaag. Een onomkeerbare en in mijn ogen verkeerde strategie. Want het is een spiraal waar je niet meer uitkomt of slechts met grote moeite en met de nodige verliezen. “It is not enough to succeed, others must fail”, is niet alleen een bekende uitspraak, het is in deze tijd een waarheid als een koe. Alleen als het aantal spelers daalt, dus minder werkplaatsen, minder dealervestigingen en minder schadeherstelbedrijven, ontstaat er wellicht een nieuw evenwicht tussen vraag en aanbod en als vanzelf gezondere financiële verhoudingen.

Maar wie neemt de beslissing om te falen? Wie neemt het voortouw om te saneren en zijn business op te geven? Niemand, dus blijft de competitiedruk hoog en zal de wal het schip met veel geweld en bijbehorende emoties gaan keren. Het tijdperk van de verdringing is volop gaande. We willen allemaal winnaars zijn, ook bij het snookerspel. Mijn snookerende garagisten kregen het winnende gevoel toch een beetje doordat ik, wat het stoten van de ballen betreft, maar eens flink faalde. Dat
is overigens een stuk makkelijker dan om te winnen. Wat dat betreft is er weinig verschil met de autobranche.

Jos Veldhuisen

Hoofdredacteur Aftersales Magazine met als persoonlijk motto: 'I am Aftersales'

Van Jos Veldhuisen zijn er nog 1719 artikelen verschenen. Meest recente artikelen van Jos Veldhuisen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.